Vorige pagina   Print

 U bent nu in: Verhalenboek

Verhalenboek.

Aangezien het verleden zeer interessante onderwerpen kan bevatten,
veel mensen graag verhalen van vroeger vertellen of er een stukje over willen schrijven.
Heeft u verhalen die u wereldkundig wilt maken, stuur ze dan naar ons op. > e-mail >


30 april 2007
auteur Martien Keunen,
meer info:
pottenbakkers.nl
   
Gouden paar    ‘Muziek, zang en bloemen rode draad van ons huwelijk’
 
Toon (77) en Anna (77) Verberne – Verberne trouwden op 16 mei 1957 in Asten. Het gouden paar is meteen in Zeilberg gaan wonen. Aan de Hagelkruisweg zijn de gouden feestelingen thans bezitter van een riant huis en een prachtige diepe achtertuin van 700 vierkante meter. Die wordt door de bruid nog steeds keurig bijgehouden. Bloemen en planten zijn namelijk haar lust en leven. Zij is een gewaardeerd lid van Groei & Bloei afdeling Deurne en de kerk in Zeilberg heeft 15 jaar lang van haar bloemsierkunst mogen profiteren.

 Zo’n 55 jaar geleden leerden Toon en Anna Verberne elkaar op een heel bijzondere manier kennen. De ouders van de bruid waren 25 jaar getrouwd en troubadour Toon was uitgenodigd om de muziek te verzorgen. Het was meteen liefde op het eerste gezicht. Aan de muziek en zang heeft Toon Verberne altijd veel plezier beleefd.

In het wijkblad Het Kontakt stond tot voor 2 jaar geleden de volgende kleine advertentie: ‘Al meer dan 50 jaar, zingt en speelt hij gitaar, voor uw verjaardag of zo maar gewoon, troubadour Toon, tel. 0493-313172’. De ex-verzekeringsconsulent zong ook liedjes als hij vroeger thuis, op de boerderij in Vlierden moest werken. Hij droomde ook van een instrument. Dat instrument kwam er nadat hij al zijn konijnen had verkocht. De opbrengst van 60 gulden was ruim voldoende voor de aanschaf van een gitaar, ‘mijn lievelingsinstrument’. Thuis waren ze het er helemaal niet mee eens. Vader Piet vroeg zich hardop af wat er van Toon terecht moest komen, “want zigeuners en dat soort rondtrekkend volk hebben ook zo’n ding”. Maar Toon zette door. In Helmond kreeg hij les van Arie Willems. Een hoogtepunt vormde toen het optreden in het radioprogramma ‘Musicerende dilettanten’. Bij hoge uitzondering treedt hij nog wel eens op. Bij het gemengd koor Animato behoort hij nog steeds tot een van de trouwste leden. Hij is natuurgids bij het IVN en is secretaris/penningmeester van de vriendenkring van harmonie ‘Excelsior’. Ook in het leven van de kinderen van het echtpaar Verberne nemen muziek en zang een belangrijke plaats in. Op 16 mei luisteren zij ’s middags om 13.30 uur zelf de eucharistieviering op in de parochiekerk van Zeilberg. Belangstellenden kunnen het gouden paar feliciteren van 18.00 tot 19.30 uur in zaal De Zwaan in de Blasiusstraat. 
 

29 augustus 2006,
auteur Martien Keunen,
> Wikipedia 1930 >
> .. Zijlberg ... twee pottenbakkerijen .. >

GEBOREN VOOR 1940??? WAAR OF NIET!!!

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat wij als geborenen in de (pre) 30/40-ger jaren nog leven? Volgens de theorieën anno 2005 zouden we toch al lang dood moeten zijn? Wij zaten immers in auto’s zonder veiligheidsstoeltjes, gordels of airbags. Onze bedden en ons speelgoed waren geschilderd met verf vol lood en cadmium. Boven aan de trap was géén hekje; wie te ver ging, kukelde naar beneden. Als je wakker werd in bed, hoorde niemand dat en als er écht iets was, moest je hard schreeuwen voordat je ouders het merkten. Flessen met gevaarlijke stoffen en alle apothekersflessen konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen. Poorten en deuren gingen gewoon dicht en als je er met je vingers tussenkwam, waren ze weg!Op de fiets zat je achterop met je gat op de bagagedrager en probeerde je je vast te houden aan de schroefveren van het zadel voor je. Een helm hadden we toen nog niet eens op een bromfiets, laat staan op een fiets!

Water dronken we uit de kraan, niet uit de fles. Brood stond stijf van de conserveringsmiddelen: na twee weken was een Bums nog nét zo ves als in de winkel!

Kleur en smaakstoffen moeten toen ook al bestaan hebben, want zo rood, groen of geel als de limonade of de Exota toen was, zie je nu écht niet meer!

Een kauwgom legde je toen ’s avonds op je nachtkastje en stak je ’s morgens weer in je mond. Op school hadden ze maar één maat bank met zo’n heerlijk gevaarlijke klep eraan! Schoenen waren meestal al ingedragen door je broer of zus, neef of zo en ook je fiets was óf te groot óf te klein. Een fiets had geen versnellingen en als een band kapot was, leerde vader je zo snel mogelijk zelf een band plakken. We gingen ’s morgens weg van huis en kwamen terug als de schaarse straatverlichting aan ging. En niemand wist waar we in die tussentijd waren. We hadden géén GSM mee! Het bos of een park was om te spelen en géén vieze mannetjesverzamelplek! Als we naar een vriendje gingen, liep je er gewoon heen. Je hoefde niet aan te bellen en ook geen afspraak te maken. Er ging ook géén volwassenen met je mee. We aten ook al koekjes en kregen brood met veel boter en toch werden we niet dik! We dronken uit dezelfde fles als onze vrienden en niemand werd er ziek van.

We hadden géén Playstation, Nintendo, X-box… geen 64 tv-kanalen, géén videofilms. Surround sound; geen eigen TV op de slaapkamer; we hadden géén computer of internet.

We hadden vrienden!

De TV-zender begon pas om 18.00 uur. Dan kwam een uurtje wat leuks voor de kinderen en o wee als je daarna durfde op te staan om op het knopje van een andere zender te duwen (die zaten aan het toestel vast!). Pa bepaalde wat en hoe lang je daarna nog keek.

We hebben ons gesneden, botten gebroken, tanden uitgevallen maar er werd niemand voor de rechter gesleept. Dat waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je er ook nog zelf een extra pak slaag voor! En oh wee als je een gat in je broek viel! De wond genas wel, maar bloedvlekken of een scheur in je kleren bleef! We vochten en sloegen elkaar soms paars en blauw en er was geen volwassene die zich er druk om maakte, laat staan dat een lieveheersbeestje op je jas kroop.

Pedagogisch verantwoord speelgoed maakten we zelf; met stokken sloegen we naar ballen, we bouwden zeepkisten waarbij we pas onder aan de heg merkten dat we de rem vergaten.

We maakten katapults bogen met pijlen van hout. Scherp!

We voetbalden op straat en alleen wie goed was, mocht meedoen; wie niet goed genoeg was moest maar blijven kijken en leren omgaan met teleurstellingen.

Op school zaten ook domme kinderen. Ze gingen en kwamen op dezelfde tijd als wij en  kregen dezelfde lessen. Ze deden soms een klas nóg een keer en daarover waren ook géén discussies op ouderavonden. De meester had altijd gelijk.

We smeerden onze boterhammen zelf, met een grote-mensenmes en als je ze vergeten was, kon je op school niets kopen! Als je de korst niet at, had je een beetje meer honger de rest van de dag.

Wij gingen met de fiets naar school, helemaal zelf, ook in de winter! Als je moeder aan de huisdeur nog naar je zwaaide, was je al een watje. Als je problemen veroorzaakt had, waren je ouders het eens met de politie. Ze kwamen wél om je te halen; niet om je eruit te lullen!

Onze daden hadden consequenties! Dat was duidelijk en je kon je niet verstoppen. We hadden vrijheid, mislukkingen, succes en verantwoordelijkheid. We hebben moeten leren ermee om te gaan.

Onze generatie heeft véél mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen, innovatief bezig zijn en daarbij risico durven nemen en voor de gevolgen in staan!

Hoor jij daar ook bij?

GEFELICITEERD!  WIJ WAREN HELDEN!!!

Martien Keunen

 

19 augustus 2006,
auteur Martien Keunen,
 
Weekblad voor Deurne - 60 jaar kapel-
Weekblad voor Deurne -kapel nieuw leijen dak-
titel: MARIA-VREDESKAPEL DEURNE

O n t s t a a n s g e s c h i e d e n i s

De ontstaansgeschiedenis van de Maria-Vredeskapel is heel bijzonder, getuige de beschrijving op 12 mei 1945 in het toenmalige weekblad ‘Het Licht’, destijds het weekblad voor Deurne en omgeving:
De geschiedenis van de Maria-Vredeskapel te Deurne begint op den avond van 9 Februari 1944, toen op de ziekenkamer van Rector Eijgenraam de drie Deurnese kapelaans met Assistent Rector van Dijk in het gasthuis aan de Kruisstraat bijeen waren voor het bespreken der plannen voor het zilveren Priesterfeest van den Pastoor

.op 14 juni 1944.” De jubilerende pastoor was A.J.M. Witlox, hij leefde van 7 april 1895 tot 4 april 1946.

In datzelfde artikel staat te lezen dat er een “votiefkapel” zal worden opgericht “ter eere van O.L. Vrouw, met een nieuw te kappen beeld erin”. Deurne was toen nog niet bevrijd, men zag verlangend uit naar het einde van de oorlog en de behoefte aan een bidkapel was onder die omstandigheden zeker heel groot. “Door Moeders hart naar Christus Hart”, zei den Z.E.H. Pastoor tijdens zijn feestpredikatie op den eersten mei-zondag in 1945.

O o r l o g
Tijdens de oorlog was berichtgeving over de bouw van deze kapel uit den boze. Ook de vergunning voor de oprichting ervan zou zeker niet verleend worden. Toch kwam er in 1944 toestemming van de heer Lambooy, de toenmalige burgemeester van Deurne, die blijkbaar de noodzaak van een dergelijke kapel inzag.

De gemeente betrok de architect C. van den Broek, als ambtenaar in dienst van de gemeente Deurne, bij het plan en verleende de Deurnese architect Jos Deltrap de ontwerpopdracht voor de kapel. De beeldhouwer Niel Steenbergen uit Teteringen, die al bekendheid genoot vanwege zijn religieuze kunstopdrachten, werd gevraagd het Mariabeeld te maken.
G r o n d
Voor de te bouwen kapel werd een plek gevonden aan het riviertje de Vlier, achter de watermolen aan het Haageind. Dat de behoefte aan een kapel onder de mensen inderdaad heel sterk leefde, bewezen de heren Piet van Deursen uit de Veldstraat en Baron de Smeth (voormalige bewoner van het Groot Kasteel) door hiervoor ieder een stuk grond af te staan, wat in die barre oorlogsjaren als iets heel bijzonders beschouwd mocht worden.

B o u w p r o c e s
De architect Jos Deltrap coördineerde blijkbaar met groot enthousiasme de bouw van de kapel. Hij liet tenminste het terra-cotta werk in de voorgevel uitvoeren én zorgde voor een gedenksteen, een gevelplastiek en een wijwatervat. Steenhouwerij Raaymakers uit Helmond vervaardigde een altaar van natuursteen. De lichtkroon en de acht kandelaars werden besteld bij de kunstsmid G. Pas te Acht bij Eindhoven. Op 21 april 1944 werd door de aannemers Paul en Jan Lutters begonnen met het metselen van de fundering. Via een van de kapelaans werd een arbeider gevonden, Arnold van der Zanden, die direct met de bouw van de vredeskapel wilde beginnen. Saillant detail: deze Arnold van der Zanden was de ‘goede moordenaar’ uit het gelijknamige boek van Antoon Coolen. In de annalen van de Maria-Vredeskapel is ook terug te vinden dat er in de loop van de middag een tweede arbeider werd gevonden, een zekere “Bert Rooyakkers, die bij alle moeilijkheden die het lastige graafwerk opleverde door zijn luim en scherts er steeds den moed in wist te houden. En ook dat het vervoer van zand, steigerwerk, steen, cement en hout geheel gratis met kar en paard van de Deurnesche boeren is gebeurd.” Deze Bert Rooyakkers werd ook de metselaar van het bouwwerkje en uit de annalen blijkt dat hij dit met veel liefde heeft gedaan. Ook Jochem Rooyakkers, een broer van Bert, heeft tijdens de werkzaamheden de handen flink uit de mouwen gestoken.

O o r l o g s s c h a d e
Op 14 juni 1944 werd de kapel in gebruik genomen. In nog geen twee maanden tijd stond de kapel er dus, een teken dat er door iedereen die erbij betrokken was keihard aan gewerkt werd, ook een duidelijk signaal dat de behoefte aan deze kapel onder de mensen heel sterk leefde. Bij de bevrijding van Deurne op 24 september 1944 liep de kapel wel wat schade op en is ook het hoofd van het Mariabeeld van de romp afgebroken. In een krantenbericht d.d. 29-04-1955 is te lezen dat men de beeldhouwer Jules Rummens uit Roermond opdracht gegeven heeft een nieuw Mariabeeld te vervaardigen. “Het werd een waardig kunstwerk, afkomstig uit de keramische kunstateliers ‘Sint Joris’ te Beesel (L)”.

V e r v a l
Misschien had het ook te maken met de secularisatie binnen de rooms-katholieke kerk. In de jaren die volgden raakte de Maria-Vredeskapel helaas (langzaam) in verval. In 1965 was pastoor Clemens Gerris genoodzaakt het besluit te nemen om de kostbaarheden, inclusief 12 prachtige bidstoelen en een grote stoel met armleuningen, uit de kapel te verwijderen. Dit vanwege de toenemende onveiligheid en het vandalisme. De kapel werd na de ontruiming helemaal niet meer gebruikt en raakte zodoende nog verder in verval. Het was een treurige periode voor alle mensen die in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog met zoveel zorg de Maria-Vredeskapel hadden opgericht.

H e r s t e l
Na enkele jaren sloten de rijen zich toch weer aaneen. Steeds meer mensen gingen op zoek naar stille plekjes om zich even terug te trekken in gebed. Binnen de Deurnese gemeenschap groeide het verlangen naar het herstel van de Maria-Vredeskapel. In 1984 werd een werkgroep opgericht om het ontluisterende verval definitief te keren en de kapel te restaureren. Met dit doel voor ogen probeerde men de kapel over te nemen van het kerkbestuur van de parochie Deurne-Centrum. Het bestuur van de Sint Willibrordusparochie stond daar aanvankelijk afwijzend tegenover, maar door tussenkomst van het Bisdom ’s-Hertogenbosch werd de kapel op 1 juli 1987 toch overgedragen aan de Stichting Maria- Vredeskapel. In het dagelijks bestuur namen zitting:

·         Peter Hanssen uit Liessel, als voorzitter

·         Martien Keunen uit Deurne, als secretaris en

·         Paul Spoelstra uit Deurne als penningmeester.

A c t i e s
Er werden talloze acties ondernomen om geld in te zamelen voor de restauratie van de kapel, dit met groot succes. Een kleine greep uit het groot aantal initiatieven dat toen genomen werd door een aantal mensen uit de Deurnese gemeenschap, initiatieven die behoorlijk wat geld opbrachten:

  • Wereldrecordpoging kaartspelen (rikken) in de Zeilberg;
  • Het exposeren van kerstgroepen in de hal van het Deurnese gemeentehuis;
  • Kerstconcert van de Hosbengels;
  • Tweede druk van het kwartetspel ‘D’n Uitloat’.

Hieruit bleek hoe graag de Deurnese bevolking de Maria-Vredeskapel in ere wilde herstellen.
R e s t a u r a t i e
Op 17 juni 1988 kon een begin gemaakt worden met de restauratie. Het kassaldo van de stichting bedroeg toen f.18.533,61.

De stichting Maria Vredeskapel gaf aan de amateurbeeldhouwer Joris van Schijndel opdracht een nieuw Mariabeeld te maken. Bij de heropening van de gerestaureerde kapel is dit houten beeld ingezegend en op het altaar geplaatst door deken Hein Tops. En dan een heel saillant detail. In 1997 mocht de stichting een bronzen soldatenklok in ontvangst nemen voor de vredeskapel, afkomstig uit het Duitse Blomberg. Deze klok heeft daar lange tijd dienst gedaan in het Protestants Militair Tehuis.
V e r v a
l  e n  o v e r w i n n i n g

Triest is het te moeten vermelden dat er aanvankelijk, zelfs nadat de kapel gerestaureerd was, talloze vernielingen plaatshadden. Natuurlijk waren de stichting én vele Deurnese mensen ontdaan, maar de stichting Maria Vredeskapel liet zich door het vandalisme niet uit het veld slaan. Het was al genoeg gebleken dat een steeds grotere behoefte bestond aan een dergelijke kapel, een stilteruimte waarin mensen zich heel even terug kunnen trekken en hun stil gebed kunnen uitspreken. Alles wat kapot was hebben ze dus weer hersteld en ook de mooie wandschildering van de kunstenaar rector Egbert Dekkers is in ere hersteld. In mei 1997 werd de Maria Vredeskapel zelfs weer verrijkt met een beeld van Niel Steenbergen. Na drie-envijftig jaar was er weer een beeld van de kunstenaar uit Teteringen, de kapel was weer voorzien van een mooi altaar, de wandschildering was weer intact en de Deurnese kunstenaar Pieter Wiegersma had sfeervolle epoxyramen ontworpen voor de kleine, diepe vensters van de kapel, mooier kon het niet zijn. Zeker niet nadat het fraaie secco (wandschildering) van priester-schilder Egbert Dekkers was gerestaureerd.
V e r w a c h t i n g e n
De Maria Vredeskapel voldoet nog steeds aan de verwachtingen en veel meer dan dat. In deze jachtige tijden, waarin elke minuut ‘benut’ moet worden, waarin ook jonge mensen op hun werkplek vaak behoorlijk onder druk staan, blijkt een nog steeds groeiende behoefte te bestaan aan onze Maria-Vredeskapel. Maria wordt elke dag door tientallen mensen met een bezoek vereerd. Het is ontroerend te zien met hoeveel inzet en hartstocht de stichting Maria Vredeskapel haar hartekind onderhoudt. Al het werk dat er gedaan moet worden, wordt door vrijwilligers gedaan. Wanneer je er ook maar komt, altijd zijn er wel een paar mensen die in de kapel zijn neergeknield om er hun kaarsje te branden en hun intenties uit te spreken. Wij vinden daarom dat zo’n mooie kleine gebedsruimte zeker in deze gedigitaliseerde tijd gekoesterd moet worden en dat er alles aan gedaan moet worden om onze Maria Vredeskapel te behouden voor onze kinderen, klein- en achterkleinkinderen.

ZESTIG JAAR MARIA-VREDESKAPEL

Gedachtenisprentje

Dank aan God en aan Maria!
Oorlogsjaar 1944.

waarin Deurne bouwde een Maria-Vredeskapel ….

waarin Deurne bevrijd werd door het 2e Engelse leger ….

Moge Deurne en geheel ons vaderland spoedig bevrijd worden van alle oorlogsgevaren en daarvoor bidden wij dagelijks:

O God, die de oorlogen uitdooft en de bestrijders van die op U hopen door Uw krachtige verdediging verdrijft, help Uw dienaars, die om uwe barmhartigheid smeeken, opdat de woestheid van hunne vijanden in bedwang worden gebracht en wij U in onophoudelijke dankzegging loven door Christus onzen Heer. Amen.

Thanks to God and to Mary!

Ter blijde herinnering aan mijn zilveren priesterfeest.

In dankbaarheid aan mijn parochianen, die een Vredeskapel stichtten ter eere van Maria, Moeder van onze parochie. A.J.M. Witlox Deurne (St.-Willibrordus) 1919 – 14 juni 1944.

Bidprentje pastoor Witlox

In de gebeden en H. Missen van Priesters en geloovigen wordt aanbevolen de ziel van den Z+eereerw. Heer ANTOON WITLOX

Rector van het St.-Joseph ziekenhuis te Eindhoven, Oud-pastoor van Hoogeloon en Deurne en Oud-Geestelijk Directeur van het Seminarie ‘Beekvliet’ te St.-Michiels’Gestel, geboren te Waalwijk 7 april 1895 en overleden te Eindhoven, ten gevolge van een noodlottig ongeval, 4 april 1946.

Hij was een priester in den echten zin van het woord, vol van de liefde van Christus, die hij bracht aan de menschen; vooral aan de zieken. Vol ook van de liefde tot de H.Maagd Maria, die hij beminde, zooals een kind zijn moeder bemint.  Haar vereering te bevorderen bij zijn studenten, zijn parochianen en zijn zieken was zijn hoogste levensgeluk. Hij was waardig te worden uitverkoren tot geestelijk leidsman van de geroepenen tot het Priesterschap. Gij allen, die hij voorbereidde tot uw Priesterschap, Parochianen, die hij in Gods huis zoo stichtend voorging; Zieken, aan wie hij zijn teerste zielzorg wijdde, vergeldt hem in offer en gebed, wat hij voor u deed. En gij, mijn Broers en Zusters, Neven en Nichten, en gij vooral, mijn Heerbroer en Heerneef, gij allen, die ik droeg in mijn hart, weest mij in gebed en H. Mis indachtig.

Zoet Lieve Vrouw van den Bosch, bid voor ons.

TIEN JAAR MARIA-VREDESKAPEL

Uit krantenknipsels blijkt dat op zondag 1 mei 1955 het feit werd herdacht dat het ‘kapelleke’ aan de Vlier tien jaar geleden werd ingewijd door pastoor Witlox, zaliger gedachtenis. Het eerste lustrum is ongemerkt voorbij gegaan. Maar deze keer is het groot feest. De Maria-hulde bestaat uit een plechtig Lof met Maria-preek in de grote kerk. Na het Lof werd een dankprocessie gehouden naar de Maria-Vredeskapel. Aanvankelijk dreigde de dankprocessie te mislukken. Zondag 1 mei 1945 werd begonnen met een stralende hemel en een zomerzonnetje dat haar uiterste best deed. Doch ’s middags tegen 2 uur brak er een zwaar noodweer los van onweer, hagel en wolkbreuken! Het kon gewoonweg niet erger. De wegen waren op sommige plaatsen letterlijk overstroomd maar Maria bracht de golven als het ware tot bedaren en toen de processie moest beginnen was het echt Maria-weer.

Volgorde van de stoet: misdienaars met kruis en flambouwen, bruidjes, meisjes van de lagere school, jongens van de lagere school, meisjeskoor, Wilbertzangertjes, Priester en assistenten, dames, heren.

Om het verkeer niet te hinderen en om ongelukken te voorkomen werd iedereen geadviseerd om goed rechts te houden en aan te sluiten in rijen van vier. De processie trok hierna vanuit de kerk door de Kerkstraat en het Haageind. Tijdens de processie werd het rozenhoedje gebeden.

PLAN TOT ONTSLUITING

Het Vredeskapelletje in Deurne, gelegen achter het klein kasteel, is reeds jaren in onbruik. Het verkeerde in een vervallen staat, maar het was ook al geruime tijd vrijwel onbereikbaar. Door de realisering van plan Heiakker zal het in de toekomst mogelijk worden, dit aan het eind van de tweede wereldoorlog gebouwde kapelletje, weer te ontsluiten. De gemeente wil daartoe medewerking verlenen.

EERSTE BESPREKING

De werkgroep hield een eerste bespreking op 4 juli 1984 in zalencentrum De Vierspan. Het werd een eerste oriënterend gesprek. Later op de avond ging de werkgroep, op verzoek van een van de leden, ter plaatse de situatie in ogenschouw nemen. Het verval van de kapel viel mee. In De Vierspan benadrukte pastoor Clemens Gerris nog eens dat het beheer van de kapel straks het allerbelangrijkste is, ‘na herstel mag de kapel niet opnieuw in verval raken’.

REACTIE PAROCHIEVERGADERING 25 OKTOBER 1984

Voor dit moment acht de parochievergadering de restauratie van de Maria-Vredeskapel te weinig onderbouwd, schrijft secretaris A. v.d. Burgt. ‘Er zouden duidelijk gegevens en argumenten aangedragen moeten worden op grond waarvan het kunnen functioneren van de kapel aannemelijk wordt gemaakt. Pas daarna kan bezien worden of en onder welke voorwaarden verlof tot restauratie kan worden gegeven en overdracht van beheer respectievelijk eigendom kan plaats vinden’. Volgens v.d. Burgt vreest de parochievergadering dat zich anders opnieuw een situatie voor zou kunnen doen, die voor degenen, die zich inspanden voor de bouw, respectievelijk de restauratie van de kapel, uiterst pijnlijk zou zijn. ‘Intussen kan ik u verzekeren, dat de parochievergadering uw werk en streven bijzonder waardeert en er dankbaar voor is’.

STICHTING WIL VREDESKAPEL RESTAUREREN (JULI 1987)

De nieuwe stichting Maria-Vredeskapel in Deurne wil snel aan de slag met de restauratie van de gelijknamige kapel. Dit is mogelijk omdat de Vredeskapel op 1 juli (1987) door de St.-Willibrordusparochie aan de stichting werd overgedragen. De kapel achter het klein kasteel aan het Haageind moet worden opgeknapt. Het dak heeft een opknapbeurt nodig en de toegangsdeuren moeten helemaal worden vernieuwd. Ook is er geld nodig voor een nieuw interieur want de dertien bidstoelen zijn verplaatst naar de Willibrorduskerk op de Markt. In overleg met de gemeente wil de stichting bovendien een verharde ontsluiting via de Appeldijk realiseren. De restauratie gaat zeker enkele tienduizenden guldens kosten.  Daarom kunnen giften worden gestort bij de Rabobank in Deurne op rekeningnummer 11.08.98.893 ten name van stichting Maria-Vredeskapel.  Op 2 september vindt in gemeenschapshuis De Vierspan een bespreking plaats voor belangstellenden die de stichting willen helpen met hand- en spandiensten.

GIFTEN

Op 11 augustus 1987 krijgt de stichting de volgende brief van M.P.J.H. van Doorne: ‘Geacht bestuur,

Deze dagen ontving mijn moeder, mevrouw M.H. van Doorne – Reijnders, uw brief van 28 juli j.l.,  waarin u haar een uitgebreide uiteenzetting geeft over uw nieuwe stichting en over de op handen zijnde restauratie van de Maria-Vredeskapel.

Namens de familie van Doorne kan ik u mededelen dat zij voor dit zinvolle restauratie-project een bedrag van f. 1.500,- hebben overgeschreven op rek. 11.08.98.893 t.n.v. Stichting Maria-Vredeskapel. Uw bestuur veel succes toewensend bij de nog te organiseren acties, verblijf ik,

Met vriendelijke groeten en hoogachting,

Op 29 oktober reageert de Rabobank aldus: Hierbij delen wij u mede, dat onze bank u een bedrag van f. 1000,- toezegt voor de restauratie van de bedoelde kapel. Dit bedrag zal aan u beschikbaar worden gesteld, zodra de restauratie daadwerkelijk heeft aangevangen en er sprake is van ontsluiting van het bedoelde terrein.

Het bestuur van de stichting ‘Nacht van Zeilberg’ wil morgenavond ook het publiek in de gelegenheid stellen om een premie beschikbaar te stellen. Daarbij wil men een handje helpen door langs de route te collecteren. Bovendien heeft de stichting gemeend om ook iets te moeten doen voor een vereniging of instelling die zich in Deurne bijzonder verdienstelijk maakt. De helft van de opbrengst van de collecte wordt daarom beschikbaar gesteld aan de stichting Maria-Vredeskapel. Er wordt gecollecteerd van 19.00 tot 20.30 uur. Opbrengst voor de kapel was f. 763,40.

RIKMARATHON

In café Het Tweespan in de Zeilberg wordt een rikmarathon gehouden. VIER JONGENS uit Deurne, Guus van Griensven, Hans Witteveen, Sjaak Rooijakkers en Erik Kuunders, beginnen op tweede kerstdag 1987 aan deze marathon. Zij spelen 76 uur en 21 minuten onafgebroken kaart. Zij veroveren hiermee een plaats in het Guinness Book of Records. Maar het belangrijkste wapenfeit is dat de netto-opbrengst van f. 5796,95 wordt aangeboden aan de stichting Maria-Vredeskapel. Hoera!!!! Op 21 januari meldt het weekblad voor Deurne dat er al bijna 17.000 gulden is ingezameld voor de restauratie van de kapel.

SPONSORWANDELTOCHT

In juni 1988 wordt er een begin gemaakt met de restauratie werkzaamheden. De bouwcommissie staat onder leiding van Jan van Nunen. Er staat nog een grote actie op de rol. Twee Deurnenaren, Harrie Verhees en Jan van de Westerlo, zullen hier hun medewerking aan geven door een sponsor-wandeltocht te lopen van 100 kilometer. Ook het gemeentebestuur en de pastores gaan dan, samen met andere sympathisanten,  ‘stappen’ voor de kapel. De marathon wordt gehouden op 17 en 18 september 1988. Ondanks vele muzikale optredens laat Deurne verstek gaan, want speaker Geert van den Boomen schreeuwt ’s middags door de microfoon op de Markt: Mensen van Deurne wordt eens wakker, jullie laten ons in de steek”. Toch was de opbrengst 7500 gulden.

HEROPENING KAPEL

Op zaterdag 24 september 1988 is het zover. Namens de vijf Deurnese parochies wordt het nieuwe beeld van Joris van Schijndel gezegend door deken Hein Tops. Ook burgemeester drs. A. van Genabeek houdt een toespraak evenals stichtingsvoorzitter Peter Hanssen uit Liessel. De plechtigheid wordt verder opgeluisterd door de gilden uit Deurne, Liessel en Vlierden en het ouderenkoor van Groot-Deurne onder leiding van Cornelis Verberne uit Vlierden. Het was slecht weer. Dat had niemand verdiend maar het gebeurde toch. Na de zegening wordt het beeld naar binnen gedragen door voorzitter Peter Hanssen en secretaris Martien Keunen. Ondertussen zingt Ria Honings – Bouwmans het Ave Maria. Zij schrijft ook een prachtig gedicht, dat later een ereplaatsje zal krijgen in de kapel.  In de zomer van 1989 beschikken wij ook over een prachtige buitentuin.Op 29 september bericht het weekblad voor Deurne dat er f. 28626,00 is ingezameld voor de kapel, het is de dertiende en laatste verantwoording.

BOMEN BIJ DE KAPEL

Op 18 oktober 1988 kopt het Helmonds Dagblad: ‘Deurne tikt stichting op de vingers voor illegaal kappen’. De stichting Maria-Vredeskapel is door B. en W. van Deurne op de vingers getikt voor het illegaal kappen van twee bomen. Het college heeft de kapvergunning geweigerd en draagt de stichting op voor de twee verwijderde bomen drie nieuwe aan te planten. Woodvoerder Peter Hanssen van de stichting heeft de indruk dat de gemeente aanvankelijk van plan was wel degelijk een kapvergunning te verstrekken. Hij vermoedt dat het college is beïnvloed door een brief van een buurtbewoner,(Pieter Wiegersma, de bewoner van het klein kasteel), die zich bij de gemeente zou hebben beklaagd over de gekapte bomen. Op 19 oktober, dus een dag later, kopt het H.D. : ‘College Deurne biedt stichting zijn excuses aan’. De krant schrijft verder: ‘Burgemeester en wethouders van Deurne gaan hun excuses aanbieden aan het bestuur van de stichting Maria-Vredeskapel, zo hebben ze gisteren besloten. De gemeente Deurne had notabene zelf een bedrijf gestuurd om een van de twee bomen te rooien. Gemeentesecretaris Jan van Roosmalen zegt de toonzetting van de brief achteraf te betreuren. Discussie gesloten. DE STICHTING HEEFT DRIE NIEUWE BEUKEN GEPLANT, maar dat besluit was al genomen voordat de gemeente daar opdracht voor had gegeven.

TENTOONSTELLING EN ROZENKRANS

Op zondag 23 september 1989 wordt er in de kapel een overzichtstentoonstelling gehouden. Belangstellenden kunnen er foto’s zien van de bouw van de kapel en van de restauratiewerkzaamheden. Ook zijn er veel krantenknipsels en dergelijke samengebracht. In de maanden mei en oktober wordt wekelijks het rozenhoedje gebeden in de kapel. Dat gebeurt nog steeds tot en met de dag van vandaag (23 mei 2004) onder leiding van Door Klomp. Samen met haar man verzorgt zij ook het kruisbeeld op de Rakt. Wim Crommentuijn doet dat in Zeilberg bij het kapelletje dat is toegewijd aan de H. Cornelius. Zowel het kruisbeeld als het kapelletje in Zeilberg worden beheerd door de stichting Maria-Vredeskapel.

BERGING

In 1993 krijgen we toestemming om onze tijdelijke houten opslagruimte te vergroten en te vernieuwen door een stenen berghok. Daarin komt ook de meterkast voor de elektriciteit. Voor de bouw van het berghok en de aanleg van een elektriciteitskabel vanaf de Appeldijk (thans Haageind) heeft een stichting uit Rotterdam, ( de stichting Katholieke Noden), tienduizend gulden beschikbaar gesteld. Hubert Engelen klaart deze klus samen met andere leden van de bouwcommissie. We hebben nu een flinke ruimte. In de berging is een pomp geslagen. We beschikken nu zelf over water voor de bloemen en planten in de tuin. De Vredeskapel wordt ook in die tijd geteisterd door dieven en vandalen. ‘Je wordt er tureluurs van’, zegt Peter Hanssen tegen de pers. Het offerblok is gestolen en de vernielingen nemen hand over hand toe.

WANDSCHILDERING

Op 4 november 1993 wordt bekendgemaakt dat de fraaie wandschildering die het gewelf siert een grote opknapbeurt krijgt. Het secco is geschilderd door de Brabantse priester en kunstschilder-glazenier Egbert Dekkers uit Moergestel. De restauratie wordt verricht door de restaurateurs John Post (Breda) en Frank Witte (Roosendaal). De secco bestaat uit lijmverf op stuc. Met de hulp en medewerking van sympathisant pastoor Jan Hoes uit Vught worden de restauratiekosten van bijna 12000 gulden door meerdere sponsors uit de omgeving van Breda betaald. ‘Maken jullie je maar niet druk over de financiën’, zei de pastoor ruim één jaar geleden nog.

VIJFTIG JAAR MARIA-VREDESKAPEL

De commissie die de herdenking van vijftig jaar Maria-Vredeskapel voorbereidt, heeft nu een actie op touw gezet onder het motto: ‘Zet Maria in het licht’. Het doel is geldt bij elkaar te brengen voor het verlichten van de kapel. De actie is een initiatief van Hubert Engelen. Het vijftigjarig bestaan wordt gevierd met een plechtig lof en het bidden van het rozenhoedje. Voorganger is pastoor A. Hasselman. Er wordt gezongen door het dameskerkkoor uit de St.-Jozefparochie. Het wordt een stijlvolle viering met 150 bezoekers. De commissie schrijft in een advertentie: ‘Graag willen wij langs deze weg iedereen hartelijk bedanken die op welke wijze dan ook heeft bijgedragen aan het slagen van het 50-jarig bestaan van de Maria-Vredeskapel. Het was een dag die wij nooit meer zullen vergeten’. Wij ontvangen de eerste gedichten van Theo Koolen. Er zullen nog vele gedichten volgen. Ook in het jaar 2004 als deze nog vitale man 87 jaar is. Op maandag 9 oktober 1994 meldt de krant: ‘Onbekenden hebben het afgelopen weekeinde de schijnwerper vernield, die de Maria-Vredeskapel aan het Haageind in Deurne in de avonduren in het licht zet. De schijnwerper is opengebroken en de verstraler meegenomen. De schade bedraagt 150 gulden’.

GEMEENTELIJK MONUMENT

Op 18 februari  1997 schrijft het gemeentebestuur van Deurne het volgende: ‘Het college van burgemeester en wethouders heeft uw pand definitief voorgedragen voor de status van gemeentelijk monument’. Het raadsbesluit heeft de gemeenteraad van Deurne al op 4 februari genomen. Burgemeester J.W. Smeets eindigt de brief met het volgende: ‘Voor alle duidelijkheid melden wij u dat vanaf heden de geldende monumenten- en subsidieverordening op uw pand van toepassing zijn. Dit betekent dat bij eventuele wijzigingen aan uw pand u vergunningsplichtig bent’.

NIEUW KOSTBAAR BEELD VOOR MARIA-VREDESKAPEL

Op zaterdag 17 mei 1997  is de kapel verrijkt met een nieuw en kostbaar bronzen Mariabeeld. Het is het laatste werkstuk van de bekende kunstenaar en beeldhouwer Niel Steenbergen. Het bronzen Madonnabeeld kwam kort voor zijn dood gereed. Steenbergen overleed op 8 maart 1997 op 85-jarige leeftijd. Het beeld dat enkele tienduizenden guldens heeft gekost is betaald DOOR EEN AANTAL SPONSORS DIE BUITEN DEURNE WONEN. Ter bescherming van het Mariabeeld is tegelijk ook een fraai hekwerk geplaatst. De kunstenaar Steenbergen maakte zestig  jaar geleden ook het eerste Mariabeeld voor de Deurnese kapel. Het nieuwe beeld wordt op 15 augustus 1997 ingezegend door Maria-priester Jan Hoes uit Vught. Hij deed dat met een mix van ‘bijzonder’ water. Hij haalde het water in Lourdes en putte het ook op uit de rivier de Jordaan waar Jezus is gedoopt. Er waren enkele honderden belangstellenden waaronder de 85-jarige mevrouw Else Steenbergen – Potjer, de vrouw van de overleden kunstenaar Niel Steenbergen. Bisschop J.G. ter Schure sprak de schriftelijke hoop uit dat in de toekomst velen hun weg naar de kapel weten te vinden. Mgr. J. Bluijssen wil de kapel zeker nog een keer bezoeken.

BRONZEN ‘SOLDATENKLOK’

In juli 1997 kreeg de kapel een nieuwe aanwinst. De stichting heeft een ‘cadeau’ gekregen in de vorm van een bronzen klok. De blok wordt opgehangen in het torentje van de kapel. De firma CSV uit Helmond zal de klok voorzien van een elektrische aandrijving. ’s Middags om 12.00 uur zal dan automatisch het ‘Angelus’ gaan luiden. Het bronzen klokje is afkomstig uit het Duitse Blomberg. Daar waren de soldaten gelegerd die enkele jaren geleden definitief ‘afreisden’ naar vliegbasis de Peel hier in de buurt. Onder hen bevond zich ook Herman de Dood, die zich met zijn gezin in Deurne vestigde. Samen met zijn vrouw beoefende hij in Blomberg de functie van koster. In Deurne sloten beiden zich  bij de werkgroep van onze stichting. Toen in 1965 een Protestants Militair Tehuis (PMT) in Blomberg in gebruik werd genomen kreeg het nieuwe gebouw een bronzen klok. Deze klok, met de inscriptie ‘Waar de geest des Heren is  is vrijheid’, werd gegoten bij de firma Jos van de Kerkhof in Aarle-Rixtel. Aalmoezenier J. Maes ontfermde zich over de bronzen klok in afwachting van een passende bestemming. Herman de Dood dacht meteen aan onze kapel en bij aalmoezenier Maes vond hij een gewillig oor.

SCHIJNWERPER OPNIEUW VERNIELD

Op 13 november 1997 lezen we in de krant: Voor de tweede keer binnen een maand hebben onbekenden de schijnwerper vernield die de Maria-Vredeskapel aan het Haageind in Deurne ’s avonds in het licht zet. De schijnwerper wordt niet vervangen. Het stichtingsbestuur onderzoekt de mogelijkheden van een lichtmast. Die is er uiteindelijk ook gekomen.

GLAS-IN-LOOD-RAMEN

Maria-priester Jan Hoes schrijft dat de zes raampjes in de kapel, na een gecompliceerde voorgeschiedenis (zie ook boek Postbode van de Hemel (Pieter Wiegersma) en thans in blank glas uitgevoerd, wat hem betreft uitgevoerd zouden mogen worden in ‘glorieus’ glas. Maar zo voegt hij er aan, ‘ik ken daar geen sponsors meer voor zoals ik die vond voor de restauratie van het Egbert Dekkers secco en de vervaardiging van het nieuwe Madonnabeeld. Pieter Wiegersma uit Deurne maakt het ontwerp. Het worden zes epoxy (kunsthars) ramen. De kosten bedragen 25 mille. De nieuwe ramen worden gemaakt bij de firma atelier Flos in Tegelen.De gemeente Deurne stelt 3000 gulden beschikbaar evenals het Prins Bernhardfonds. De rest van het bedrag wordt gesponsord door anderen.

In september 1999 worden de nieuwe ramen geplaatst. Een echtpaar uit Deurne schenkt een fraaie af te sluiten toegangspoort bij de ingang.

SLOTWOORD

Er gebeurd nog steeds van alles en veel hulp wordt er geboden door vrijwilligers. Twee keer per jaar (mei en oktober) wordt bijvoorbeeld het rozenhoedje gebeden in de kapel. De vernielingen blijken niet te stoppen. Het offerblok wordt opengebroken (juli 2003) en andere vernielingen (schade 1500 euro) zijn er in april 2004. Een Deurnenaar betaalt de schade. De banken hebben in 2003 een flinke opknapbeurt gekregen en Theo Koolen schrijft zijn zoveelste gedicht over onze mooie kapel. Nog dit jaar krijgt de kapel een nieuw dak en rondom de kapel wordt een drainage aangelegd voor de afvoer van het hemelwater. Voor het nieuwe dak krijgen we een vorstelijke gift van 7500 euro. De vriendenkring ‘Ons Deurne’ stelt 500 euro beschikbaar. De totale kosten inclusief drainage zijn: 15.700 euro. We rekenen opnieuw op onze trouwe sponsors.

Tenslotte spreken we ook onze dank uit aan de vrijwilligers van onze werkgroep. Zij hebben er immers al die jaren voor gezorgd dat het er in en rond de kapel allemaal zo keurig uitziet. Een dankjewel is hier daarom zeker op zijn plaats.   

Inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel: S 090641

Bank: Rabobank Deurne 110898893.

 

16 augustus 2006, auteur Martien Keunen, titel: uit de oude doos
“Nierke Beijers platina koorzanger”

Zondag 18 november 1990

Nierke Beijers platina koorzanger.

> animato zangvereniging >
> peelrakkers >
> vela monte >
> harmonie Exelsior >
Zestien jaar geleden, op zondag 18 november 1990, vierde Animato een uniek jubileum. Het 80-jarige lid Nierke Beijers vierde zijn platina jubileum als koorzanger. Op deze dag huldigde Animato niet alleen deze 70-jarige jubilaris want ook Grard Bennenbroek en Theo Kooter werden in de bloemetjes gezet in verband met hun gouden lidmaatschap.


Animato

 Tot kort voor zijn jubileumviering was Nierke Beijers steeds paraat als er gezongen en gerepeteerd moest worden. Hij is het hierna wat kalmer aan gaan doen. Bij bijzondere gelegenheden nam hij echter nog steevast  zijn oude vertrouwde ‘stekkie’in bij de bassen van het koor. Een 70-jarig jubileum komt niet elke dag voor en daarom heeft Animato er in 1990 een passend feest van gemaakt. In de parochiekerk werd een eucharistieviering feestelijk opgeluisterd met zang van kinderkoor De Peelrakkers, het Zeilbergs Jongerenkoor (thans Vela Monte) en gemengd koor Animato. Daarna werden de drie jubilarissen gehuldigd in zaal De Zwaan waar belangstellenden de feestelingen ook konden feliciteren. Zaal De Zwaan was overigens bekend terrein voor Nierke Beijers want hij zwaaide er dertig jaar lang de scepter. In 1913 vestigde de familie Beijers zich vanuit Helmond in Deurne. Nierke was toen vier jaar oud. Zes jaar later werd hij lid van het kerkkoor van de Zeilbergse St.-Willibrordusparochie. Van repetities wegblijven was er niet bij: De ‘bovenmeester’was volgens Nierke Beijers ook de koordirigent,  “en die sloeg je op je donder als je niet kwam en thuis kreeg je er ook nog van langs”. Sommige jongens hadden die stok achter de deur nodig maar voor Nierke Beijers ging die vlieger niet op. “Ik zong veel te graag”, vertelde hij in 1990. Zingen en muziek maken bij fanfare (harmonie) Excelsior zat bij hem, bij wijze van spreken, in het bloed. Een liefde die hem zijn hele leven is bijgebleven. Het bijwonen van repetities, zingen van missen en uitvoeringen en het vervullen van zijn bestuurstaak, hij was 45 jaar penningmeester, heeft hij nooit als een last, maar als een genoegen ervaren. Vooral de Gregoriaanse zang vond hij mooi. Het kerkkoor fuseerde in 1968 met Animato. Voor het Animato-bestuur was het erg moeilijk om een passend cadeau voor de jubilaris te vinden. Bij vorige jubileumvieringen werd Nierke Beijers namelijk al geëerd met de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice, de zilveren legpenning van de gemeente Deurne en de zilveren eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. Theo Kooter was in 1990 een van de twee gouden  jubilarissen. Hij werd in Stompwijk geboren. Daar werd hij al in 1940 lid van het kerkkoor. In 1950 verhuisde hij naar Zeilberg en gaf zich meteen op als lid van het kerkkoor. Zeventien jaar was hij bestuurslid en secretaris. Vele jaren was Theo Kooter ook de voorzitter van de Katholieke Bond van Ouderen (KBO) afdeling Zeilberg. Jubilerend collega-zanger Grard Bennenbroek is ook altijd een erg trouw koorzanger geweest. Hij was een voorbeeld voor iedereen. Theo Kooter en Grard Bennenbroek werden in 1980 bij de viering van hun robijnen koorjubileum onderscheiden met de eremedaille in zilver verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. Toen werd ook de elpee ‘Er zit muziek in de Zeilberg’ door Animato gepresenteerd. Er werden in totaal 1000 exemplaren geperst. Die gingen in de voorverkoop (500 stuks) al grif van de hand. Uiteindelijk werden alle elpees verkocht. Op de elpee wordt gezongen door het kinderkoor De Peelrakkers, het Zeilbergs Jongeren (Vela Monte) en het gemengd koor Animato en gespeeld door de accordeonvereniging Animacordia. Op de voorkant van de hoes stond de hele Animato-familie op de prent, inclusief de ritmische dansgroep het Konkooier (Enjoy) rond de Zeilbergse molen.

 


30 oktober 2005, auteur Martien Keunen, titel: Mijn vrouw kaart zich naar de hemel

UIT DE OUDE DOOS

Onderstaand interview is gemaakt op 1 november 1988. Het verhaal gaat over de bijenhoudersvereniging St.-Ambrosius Peelland en de toen 85-jarige Piet Janssen, een van de oudste leden van deze vereniging. St.-Ambrosius Peelland vierde bijna 17 jaar geleden het 125-jarig bestaansjubileum. Onderstaand volgt het bewerkte verhaal.

 BIJENHOUDERSVERENIGING ST.-AMBROSIUS PEELLAND

 ‘MIJN VROUW KAART ZICH NAAR DE HEMEL’

 Door Martien Keunen

De Deurnese bijeenhoudersvereniging St.-Ambrosius Peelland vierde in 1988 het 125-jarig bestaan. St.-Ambrosius is een van de oudste verenigingen en instellingen binnen de gemeente Deurne. Ook was het een van de grotere afdelingen van de bijenhoudersbond van de NCB. Op 1 januari 1963 werd in Deurne een Ambrosiusgilde opgericht. Naast deze broederschap van imkers kwam in 1923 de bijenhoudersvereniging Peelland tot stand, als afdeling van de toen opgerichte bijenhoudersbond van de NCB. Beide bijenhoudersverenigingen fuseerden tot één afdeling op 1 januari 1960. De nieuwe organisatie noemde zich St.-Ambrosius Peelland. Vooral na de fusie ontwikkelde de bijenhouderij in Deurne zich voorspoedig, goeddeels onder de bekwame leiding van bijenteeltleraar P.H. Martens.  Er werden cursussen en zomerlessen gegeven en vanaf 1961 bestond er zelfs een onderlinge bedrijfswedstrijd met de Antoon van Baars wisselbeker als inzet. Ook werden er weer bijenmarkten gehouden. Met financiële steun van de gemeente Deurne werd bovendien in het natuurhobbypark aan bijenhal gebouwd. Enkele jaren geleden is er een nieuwe bijenhal gerealiseerd in het NMEC (Natuur Milieu Educatie Centrum) De Ossenbeemd aan het Haageind. Ieder jaar is er nog een verpachting van bijeenvolken die eigendom zijn van de vereniging. Ook is er een St.-Ambrosiusviering. Een van de oudste leden van de Deurnese bijenhoudersvereniging in 1988 was de 85-jarige Piet Janssen. Hij zat al méér dan 50 jaar in het ‘vak’. “Mijn vrouw (Anna Hurkmans, red.) kaart zich naar den hemel. Ik denk dat ik maar met de bijen ga, maar ik ben nog steeds aan zoeken”, vertelde hij toen over zijn hobby. Piet kreeg het imkersvak met de paplepel ingegoten. Zijn vader was imker, evenals verschillende familieleden. Als de dag van vandaag kon Piet Janssen zich in 1988 herinneren dat hij zijn eerste bijenkast kreeg. Op een goede dag reed de trein tergend langzaam langs het spoorhuisje van de familie Janssen aan de Griendtsveenseweg. Er werd een groot pak op de grond gezet. Piet Janssen: “De afzender was Driek-oom, hij was ‘remmer’ bij de spoorwegen. Het was een bijenkast en nog wel eentje met glas”. De bijenkast zorgde voor een grotere honingopbrengst.

GOUDEN TIJDEN

De bijeenhoning werd door de imkers verhandeld. Vlak voor de tweede wereldoorlog beleefden de imkers gouden tijden. De bakker betaalde een kwartje voor een potje honing. In Helmond ‘beurde’ Piet Janssen grif zestig cent en eens gebeurde het dat mevrouw van Vlissingen zijn hele voorraad in één keer opkocht. De Deurnese imker heeft achttien bijenvolken gehad, in 1988 had hij er nog vier. Het bijen houden was slechts een van de vele hobby’s van Piet Janssen, in 1988 kwam hij nog steeds tijd te kort. Tot 1929 speelde hij toneel bij de vereniging Onze Vrije Uren in Griendtsveen. Tijdens het gesprek herinnerde hij zich nog de exacte titel van het eerste stuk: “Het sprekend portret van ome Toon”. Ook het vlechtwerk was voor deze Deurnese hobbyist  niet vreemd. Op gezette tijden vlocht hij bijvoorbeeld nog zogeheten schepkorven, mandjes en andere curiositeiten. Zo kon je Piet Janssen vaak aan het werk zien op een ‘boerenmert’ waar oude ambachten werden gedemonstreerd.

FEESTDAG

De feestprogramma van de bijenhoudersvereniging begon op zaterdag 12 november 1988 met een Gregoriaanse eucharistieviering ’s morgens om 10.30 uur in de kerk op de Markt. In clubhuis van Baars aan de Stationsstraat werd een koffietafel geserveerd. Er werd een bezoek gebracht aan de St.-Jan in Den Bosch en op de hoek van de Kerkstraat en de Lindenlaan werd tenslotte een herinneringsboom geplant. Het bestuur hield natuurlijk een receptie in zaal A. van Moorsel aan de Molenstraat. Aansluitend was er een optreden van de Deurnese troubadour Peter Aarts. De Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen afdeling Deurne tenslotte tekende voor een toneeluitvoering: ‘Een koddig misverstand’. Ook werd de uitslag van de bedrijfswedstrijd bekend gemaakt.

 


12 februari 2005, auteur Martien Keunen, titel: Heksen en slechte wegen in Zeilberg

Onderstaand verhaal heb ik opgetekend uit de mond van Hanneske Munsters (bekend bekend als het Rooi Hanneske) van de Griendtsveenseweg. Het interview vond plaats begin mei 1964, vlak voor de viering van het gouden bestaan van de parochie Zeilberg.

Heksen en slechte wegen in Zeilberg

Door Martien Keunen

In de parochie Zeilberg, die van 21 tot 28 juni het vijftigjarig bestaan gaat vieren, is er misschien niet een die zoveel van de historie van dit kerkdorp afweet als Hanneske Munsters van de Griendtsveenseweg, met zijn 93 jaar de oudste inwoner van Zeilberg. Als je hem zo 's zondags tegenkomt in een van de café's van Zeilberg, zou je niet zeggen dat dat 'mènneke'nu Zeilbergs oudste is. Hij kan nog steeds goed overweg met zijn mede-dorpsgenoten en als spreekbuis doet hij voor weinigen onder. Vooral als je over het oude Zeilberg begint weet Hanneske niet van ophouden. Vrijwel iedere naam en iedere gebeurtenis uit Zeilbergs historie staan Hanneske Munsters nog duidelijk voor ogen. Hanneske is op die kennis wel trots: "Man, als ik wil, dan kan ik tot mijn honderdste blijven doorvertellen over het oude Zeilberg". En als je dan vraagt of hij plan is om nog honderd jaar te worden, antwoordt Hanneske Munsters snedig: "Krèk zo is het. Gisteren nog heb ik voor zeven jaar bijgetekend". Want Hanneske is het leven nog lang niet moe. Hij houdt ervan, vooral van het leven in Zeilberg. "Da's een goei plèkske. Ik heb er nooit één vijand gehad". En dan: "D'r is hier in die vijftig jaar heel wat veranderd, heel wat beter geworden. Tjonge, jonge, wat was het vroeger toch een janboel. Nie dat ik nie veul leut heb gehad. Man, wat heb ik soms gelachen. Maar op alle gebied is het nou veel gemakkelijker. Er zijn fijne wegen, zodat je nog eens op visite kunt gaan, snapte?" Volgens Hanneske - en wie zal hem niet geloven, was dat vroeger wel eens een hele opave. Met die zandwegen was het soms vreselijk gesteld. "Niets dan modder, mijnheer. En een water, schei uit, schei uit". En dan beginnen de oogjes even te twinkelen en begint Hanneske zachtjes te lachen. "Er stond eens zoveel water op de weg dat we een heel eind hebben kunnen varen. We timmerden twee planken aan elkaar en dreven zo door de modder en blubber van Koos Kersten - ''witte nie' - naar den oude Huizing, die toen nog in de Peelstraat woonde". "Ja", grinnikt Hanneske, "dat was me de tijd wel". Als Hanneske dat gezegd heeft, begint ie goed op dreef te komen. Dan kom je er niet meer aan te pas en vertelt hij aan een stuk door. Dan vertelt hij van de telefoon die in Zeilberg kwam, over Piet den Pottenbakker en over de kermis. Een paar suikerkraampjes en bij Driek van de Zanden - 'ge wit wel op d'n hoek van de molenstraat' - een kraampje waar je koek kon slaan. "Maar die koek was altijd keihard en de bijl bot, zodat we dikwijls onze centen kwijt waren". En van de kermis stapt Hanneske over op de kiosk van Deurne - 'Hartstikke jammer dat ze dat ding hebben afgebroken' - waaronder burgemeester Laan nog een fles heeft begraven en op de pastoor van Deurne, waar Hanneske godsdienstonderwijs ging halen. "Die pastoor droeg klompen, mijnheer en geloof maar dat ie hard kon schuppen". Zo hard dat je de hele dag meende die akelige vuuroogjes te zien. Vooroogjes, dwaallichtjes die over de peel zwierven en je deden verdwalen. Je moet er niet mee gaan lachen, als Hanneske daarover vertelt. "Toen gebeurde het", bijt Hanneske fel van zich af. En als je dan ijverig ja knikt begint Hanneske te vertellen over spoken en heksen. "Je kunt het geloven of niet maar als mijn broer langs een bepaald huisje kwam kon hij niet meer verder en bleef hij als vastgenageld staan. Mijn broer zei altijd dat daar een 'slecht weefke' woonde. Hanneske heeft overigens in zijn jeugd geen last gehad van 'slechte weefkes'. "Toen ik op school zat, moest ik altijd bij den bovenmeester thuis een kanneke olie halen, voor de kachel in school, snapte. En dan kreeg ik van zijn vrouw altijd een appel. Ja,ja, dat was lang niet gek". Nu is het niet zo dat Hanneske Munsters alleen nog in het verleden leeft. Integendeel, Hanneske weet net zo goed was er nu gebeurt als wat er 50, 60 of 75 jaar geleden gebeurd is. Hij spint op het grote parochiefeest, "want dan is het misschien de hele week wel zondag". Hanneske vindt namelijk dat één zondag in de week te weinig is. Waarom? Wel, misschien omdat op zondag voor Hanneske altijd een borreltje klaar staat. En wees nou eerlijk, op een borrel kun je toch niet een hele week leven en zeker niet als dan nog een verslaggever komt vragen of je eens wat over het oude Zeilberg wilt vertellen. Want hoe graag Hanneske Munsters ook vertelt, je krijgt er wel eens een droge keel van.

 


1 februari 2005, auteur Martien Keunen, titel: “En klop ik met mijn hamerke …..”.

Interview met Toon de ‘Schoenmaker’  op 21 mei 1964.

Toon Koppens (74) blijft bij zijn leest

 Door Martien Keunen

 “En klop ik met mijn hamerke …..”. Dat zingt Toon de Schoenmaker, of volgens de burgerlijke stand Toon Koppens  in Zeilberg nu al meer dan zestig jaar. Duizenden schoenen heeft hij al gerepareerd, om nog maar niet te spreken van al de spijkertjes, die via zijn mond tussen zijn vingers terecht kwamen en dan met venijnige tikjes in de schoenzolen geslagen te worden. Het is dan ook helemaal niet vreemd dat Toon Koppens voor de Zeilbergers een begrip is geworden. En ook al is Toon Koppens 74 jaar, hij heeft nog een vaste hand in het schoenmakersvak, al is hij het nu als een soort van hobby gaan beschouwen. Toon is recht van de lagere school – veertien jaar was hij toen – begonnen als leerling bij Jan van de Eynde op de Zeilbergsestraat. Toen met vier personeelsleden de beste zaak in heel Deurne. Achttien jaar is toon daar knecht geweest. En ’t vak heeft hij er goed geleerd. Zelfs het met de hand maken van nieuwe schoenen was voor hem op het laatst een koud kunstje. Per week kon hij een productie van acht paar schoenen bereiken. Jan van de Eynde was zo tevreden over zijn knecht, dat Toon het huisje van de schoenmaker cadeau kreeg. Tot ongeveer een jaar geleden heeft hij hier steeds zijn ambacht van schoenmaker uitgeoefend.

DAG EN NACHT

“Maar ook al had ik m’n huiske cadeau gekregen, meen niet dat we het zo goed hadden. Met mijn zoon heb ik dag en nacht gewerkt en we verdienden per week samen amper 40 gulden. Onderhoud daarmee maar eens een gezin van elf personen. Nee, zo prettig was die tijd niet en bovendien moesten we veel reparaties opschrijven in het zogenaamde ‘zwarte’ boek. De tweede wereldoorlog was wel de moeilijkste tijd voor een schoenmaker. De mensen liepen wel af en aan om schoenen te laten repareren maar er was te weinig leer voorhanden. Na de oorlog heb ik minstens een vrachtwagen van die schoenen opgestookt, omdat de kwaliteit niet kon wedijveren met de schoenen die na de oorlog op de markt werden gebracht”.

SPIJKERS

Sinds Toon Koppens een jaar in zijn nieuwe werkhuisje zit, heeft hij ook een nieuwe werktafel. Het tafeltje waaraan drie generaties schoenen hebben gerepareerd heeft toon vorig jaar geschonken aan de gemeente Deurne. En die heeft het ‘monumentje’ een plaatsje gegeven in het Dinghuis. Het is een bijzonder tafeltje, want honderden kinderen hebben er een spijkertje in geslagen. Alhoewel Toon Koppens  het niet altijd even leuk vond, heeft hij de kinderen dit privilege toch gelaten. Want voor ieder kind was het onweerstaanbaar om, als er een paar schoenen werden gebracht of opgehaald, een of meerdere spijkers in de houten tafel te tikken. De nieuwe tafel van Toon Koppens is nog praktisch spijkerloos. Hij hoopt nog lange tijd zijn hobby van schoenmaker aan deze schone tafel uit te mogen oefenen. Als hij geen schoen in zijn hand kan pakken hebben zijn vingers nog steeds geen rust.

 


28 januari 2005, auteur Martien Keunen, titel: "Ik was liever noar den dokter gegoan."

inleiding

Binnenkort is het 60 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Ook ons eigen  Zeilberg ontkwam in de jaren 1940-1945 niet aan het oorlogsgeweld. Er vielen verschillende dodelijke slachtoffers te betreuren. Gebouwen werden vernield en kapot geschoten door de vijand. Wij vonden het daarom passend om eens terug te keren naar de tijd van toen. Onderstaand verhaal heb ik ruim 16 jaar geleden opgetekend uit de mond van de inmiddels overleden Tôna Maas – Aarts uit Zeilberg en de schrijver Ad van Gils uit Geldrop. Dat gebeurde op vrijdag 16 december 1988 bij de presentatie van zijn oorlogsroman ‘Wachten op de lente’.  

 ‘IK WAS LIEVER NOAR DEN DOKTER GEGOAN’

 Door Martien Keunen

 “Ik was veul liever noar den dokter gegoan. De mensen zalle wel zegge: wa beeldt ze zich in”. Voor één keer stond de 84-jarige Tôna Maas – Aarts uit Zeilberg op vrijdag 16 december 1988 in het middelpunt van de belangstelling. In boekhandel Hub Berkers in de Stationsstraat in Deurne overhandigde schrijver Ad van Gils uit Geldrop haar het eerste exemplaar van zijn oorlogsroman ‘Wachten op de lente’. Het boek werd aan haar en haar familie opgedragen. Van Gils deed dat niet zomaar. Zestig  jaar geleden, aan het einde van de tweede wereldoorlog, kwam hij samen met zijn broer en zus naar Zeilberg om aan te sterken en nieuwe krachten op te doen. Die zes weken bij de familie Maas in Zeilberg hebben toen een onuitwisbare indruk op Ad van Gils gemaakt. Daarom heeft hij het boek als een dankbare herinnering opgedragen aan de familie Maas.

Zijn roman had verder niets met Zeilberg te maken. Het verhaal was gefantaseerd. Wel had hij het boerderijtje van de familie Maas en de spoordijk die er langs liep als een soort decor gebruikt. Tijdens de presentatie van het boek zei van Gils dat de boer uit zijn boek af en toe leek op Dorus, de overleden echtgenoot van Tôna Maas. “Hij klaagde nooit en werkte hard”. Er was volgens van Gils nog een gelijkenis: “De mensen in mijn roman hadden ook maar één boek in huis, net als gij vroeger”, zei hij tegen Tôna. De titel van dat boek luidde: ‘Het wonder van Fatima’. Tôna Maas was overigens  wars van alle publiciteit en belangstelling. Er had volgens haar niemand iets mee te maken dat zij vlak na de oorlog, samen met haar man en zes kinderen, enkele mensen een gastvrij onderdak had verleend.

Tôna zei meteen ja toen haar broer – Broeder Bernard Aarts – haar vroeg om tijdelijk een drietal Tilburgse kinderen op te nemen uit een gezin van dertien. “Ze hadden honger en ik was blij als ze hun buik rond hadden gegeten, want zelf hadden we ook niet veel. Ik snap nog niet hoe ik het toen heb kunnen klaren”. Tôna zei verder dat ze het eten van toen nu niet graag zou voorzetten aan de jeugd. “Ze zijn veel te veel verwend”. Tôna en haar familie verleenden in de oorlogsjaren overigens niet alleen onderdak aan de Van Gilsen, maar ook aan een zekere Simon uit Rotterdam die hierna nog elk jaar met zijn gezin bij Tôna op bezoek kwam. Op 84-jarige leeftijd verrichtte Tôna thuis op haar boerderijtje aan de Snoertsebaan nog alle voorkomende werkzaamheden. Zij had ook nog twee zonen thuis. Voor brood was ze tot en met 1988 nog nooit naar de bakker geweest. Ze bakte nog alles zelf. Op de dag dat het boek ten doop werd gehouden bakte ze ’s morgens eerst nog vijf broden.

 

 

 

-_-_-_- 

V
e
r
h
a
l
e
n
b
o
e
k


Heeft u een goed verhaal over of betrekking hebben met Zeilberg? Wilt u uw schrijvertalenten delen met de rest van de wereld?
> E-mail >
 
 
 > 30 april 2007 "gouden paar" >
 > 29 aug.2006 "geboren voor 1940"
 > 19 aug. 2006 "Maria-vredeskapel">
 > 16 aug. 2006 "Nierke Neijers" >
 > 30 okt. 2005 "kaarten naar de hemel".
 >12 feb. 2005 "heksen en slechte wegen."
 >01 februari 2005 "met mijn hamerke."
 >28 januari 2005 "noar den dokter."







 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 ^ top
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 ^ top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 ^ top