|
Verhalenboek.
Aangezien het verleden zeer interessante onderwerpen kan bevatten,
veel mensen
graag verhalen van vroeger vertellen of er een stukje over willen schrijven.
Heeft u verhalen die u wereldkundig wilt maken, stuur ze dan naar ons op.
> e-mail >
30 april 2007
auteur Martien Keunen, |
meer info:
pottenbakkers.nl |
|
|
|
Gouden paar
‘Muziek, zang en bloemen rode draad van ons huwelijk’
|
|
Toon (77) en Anna (77) Verberne – Verberne trouwden op 16
mei 1957 in Asten. Het gouden paar is meteen in Zeilberg gaan wonen. Aan
de Hagelkruisweg zijn de gouden feestelingen thans bezitter van een
riant huis en een prachtige diepe achtertuin van 700 vierkante meter.
Die wordt door de bruid nog steeds keurig bijgehouden. Bloemen en
planten zijn namelijk haar lust en leven. Zij is een gewaardeerd lid van
Groei & Bloei afdeling Deurne en de kerk in Zeilberg heeft 15 jaar lang
van haar bloemsierkunst mogen profiteren. |
|
Zo’n 55 jaar geleden leerden
Toon en Anna Verberne elkaar op een heel bijzondere manier kennen. De
ouders van de bruid waren 25 jaar getrouwd en troubadour Toon was
uitgenodigd om de muziek te verzorgen. Het was meteen liefde op het
eerste gezicht. Aan de muziek en zang heeft Toon Verberne altijd veel
plezier beleefd. |
 |
|
In het wijkblad Het Kontakt stond tot voor 2 jaar geleden
de volgende kleine advertentie: ‘Al meer dan 50 jaar, zingt en speelt
hij gitaar, voor uw verjaardag of zo maar gewoon, troubadour Toon, tel.
0493-313172’. De ex-verzekeringsconsulent zong ook liedjes als hij
vroeger thuis, op de boerderij in Vlierden moest werken. Hij droomde ook
van een instrument. Dat instrument kwam er nadat hij al zijn konijnen
had verkocht. De opbrengst van 60 gulden was ruim voldoende voor de
aanschaf van een gitaar, ‘mijn lievelingsinstrument’. Thuis waren ze het
er helemaal niet mee eens. Vader Piet vroeg zich hardop af wat er van
Toon terecht moest komen, “want zigeuners en dat soort rondtrekkend volk
hebben ook zo’n ding”. Maar Toon zette door. In Helmond kreeg hij les
van Arie Willems. Een hoogtepunt vormde toen het optreden in het
radioprogramma ‘Musicerende dilettanten’. Bij hoge uitzondering treedt
hij nog wel eens op. Bij het gemengd koor Animato behoort hij nog steeds
tot een van de trouwste leden. Hij is natuurgids bij het IVN en is
secretaris/penningmeester van de vriendenkring van harmonie ‘Excelsior’.
Ook in het leven van de kinderen van het echtpaar Verberne nemen muziek
en zang een belangrijke plaats in. Op 16 mei luisteren zij ’s middags om
13.30 uur zelf de eucharistieviering op in de parochiekerk van Zeilberg.
Belangstellenden kunnen het gouden paar feliciteren van 18.00 tot 19.30
uur in zaal De Zwaan in de Blasiusstraat. |
|
|
|
29 augustus 2006,
auteur Martien Keunen, |
> Wikipedia
1930 >
> ..
Zijlberg ... twee pottenbakkerijen .. > |
|
GEBOREN VOOR
1940??? WAAR OF NIET!!!
Hoe is het in
godsnaam mogelijk dat wij als geborenen in de (pre) 30/40-ger jaren nog
leven? Volgens de theorieën anno 2005 zouden we toch al lang dood moeten
zijn? Wij zaten immers in auto’s zonder veiligheidsstoeltjes, gordels of
airbags. Onze bedden en ons speelgoed waren geschilderd met verf vol
lood en cadmium. Boven aan de trap was géén hekje; wie te ver ging,
kukelde naar beneden. Als je wakker werd in bed, hoorde niemand dat en
als er écht iets was, moest je hard schreeuwen voordat je ouders het
merkten. Flessen met gevaarlijke stoffen en alle apothekersflessen
konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen. Poorten
en deuren gingen gewoon dicht en als je er met je vingers tussenkwam,
waren ze weg!Op de fiets zat je achterop met je gat op de bagagedrager
en probeerde je je vast te houden aan de schroefveren van het zadel voor
je. Een helm hadden we toen nog niet eens op een bromfiets, laat staan
op een fiets!
Water dronken
we uit de kraan, niet uit de fles. Brood stond stijf van de
conserveringsmiddelen: na twee weken was een Bums nog nét zo ves als in
de winkel!
Kleur en
smaakstoffen moeten toen ook al bestaan hebben, want zo rood, groen of
geel als de limonade of de Exota toen was, zie je nu écht niet meer!
Een kauwgom
legde je toen ’s avonds op je nachtkastje en stak je ’s morgens weer in
je mond. Op school hadden ze maar één maat bank met zo’n heerlijk
gevaarlijke klep eraan! Schoenen waren meestal al ingedragen door je
broer of zus, neef of zo en ook je fiets was óf te groot óf te klein.
Een fiets had geen versnellingen en als een band kapot was, leerde vader
je zo snel mogelijk zelf een band plakken. We gingen ’s morgens weg van
huis en kwamen terug als de schaarse straatverlichting aan ging. En
niemand wist waar we in die tussentijd waren. We hadden géén GSM mee!
Het bos of een park was om te spelen en géén vieze
mannetjesverzamelplek! Als we naar een vriendje gingen, liep je er
gewoon heen. Je hoefde niet aan te bellen en ook geen afspraak te maken.
Er ging ook géén volwassenen met je mee. We aten ook al koekjes en
kregen brood met veel boter en toch werden we niet dik! We dronken uit
dezelfde fles als onze vrienden en niemand werd er ziek van.
We hadden géén
Playstation, Nintendo, X-box… geen 64 tv-kanalen, géén videofilms.
Surround sound; geen eigen TV op de slaapkamer; we hadden géén computer
of internet.
We hadden
vrienden!
De TV-zender
begon pas om 18.00 uur. Dan kwam een uurtje wat leuks voor de kinderen
en o wee als je daarna durfde op te staan om op het knopje van een
andere zender te duwen (die zaten aan het toestel vast!). Pa bepaalde
wat en hoe lang je daarna nog keek.
We hebben ons
gesneden, botten gebroken, tanden uitgevallen maar er werd niemand voor
de rechter gesleept. Dat waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je er
ook nog zelf een extra pak slaag voor! En oh wee als je een gat in je
broek viel! De wond genas wel, maar bloedvlekken of een scheur in je
kleren bleef! We vochten en sloegen elkaar soms paars en blauw en er was
geen volwassene die zich er druk om maakte, laat staan dat een
lieveheersbeestje op je jas kroop.
Pedagogisch
verantwoord speelgoed maakten we zelf; met stokken sloegen we naar
ballen, we bouwden zeepkisten waarbij we pas onder aan de heg merkten
dat we de rem vergaten.
We maakten
katapults bogen met pijlen van hout. Scherp!
We voetbalden
op straat en alleen wie goed was, mocht meedoen; wie niet goed genoeg
was moest maar blijven kijken en leren omgaan met teleurstellingen.
Op school zaten
ook domme kinderen. Ze gingen en kwamen op dezelfde tijd als wij en
kregen dezelfde lessen. Ze deden soms een klas nóg een keer en daarover
waren ook géén discussies op ouderavonden. De meester had altijd gelijk.
We smeerden
onze boterhammen zelf, met een grote-mensenmes en als je ze vergeten
was, kon je op school niets kopen! Als je de korst niet at, had je een
beetje meer honger de rest van de dag.
Wij gingen met
de fiets naar school, helemaal zelf, ook in de winter! Als je moeder aan
de huisdeur nog naar je zwaaide, was je al een watje. Als je problemen
veroorzaakt had, waren je ouders het eens met de politie. Ze kwamen wél
om je te halen; niet om je eruit te lullen!
Onze daden
hadden consequenties! Dat was duidelijk en je kon je niet verstoppen. We
hadden vrijheid, mislukkingen, succes en verantwoordelijkheid. We hebben
moeten leren ermee om te gaan.
Onze generatie
heeft véél mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen,
innovatief bezig zijn en daarbij risico durven nemen en voor de gevolgen
in staan!
Hoor jij daar
ook bij?
GEFELICITEERD!
WIJ WAREN HELDEN!!!
Martien Keunen |
| |
|
19 augustus 2006,
auteur Martien Keunen,
|
Weekblad voor Deurne - 60 jaar kapel-
Weekblad voor Deurne -kapel nieuw leijen dak- |
|
titel:
“MARIA-VREDESKAPEL DEURNE” |
O n t s t a a n s g e s c h i e d e
n i s
De
ontstaansgeschiedenis van de Maria-Vredeskapel is heel bijzonder,
getuige de beschrijving op 12 mei 1945 in het toenmalige weekblad ‘Het
Licht’, destijds het weekblad voor Deurne en omgeving:
“De geschiedenis van de Maria-Vredeskapel te Deurne begint
op den avond van 9 Februari 1944, toen op de ziekenkamer van Rector
Eijgenraam de drie Deurnese kapelaans met Assistent Rector van Dijk in
het gasthuis aan de Kruisstraat bijeen waren voor het bespreken der
plannen voor het zilveren Priesterfeest van den Pastoor
.op 14 juni 1944.”
De jubilerende pastoor was A.J.M. Witlox,
hij leefde van 7 april 1895 tot 4 april 1946.
In
datzelfde artikel staat te lezen dat er een
“votiefkapel”
zal
worden opgericht “ter eere van O.L. Vrouw,
met een nieuw te kappen beeld erin”.
Deurne was toen nog niet bevrijd, men zag verlangend uit naar het einde
van de oorlog en de behoefte aan een bidkapel was onder die
omstandigheden zeker heel groot. “Door
Moeders hart naar Christus Hart”,
zei
den Z.E.H. Pastoor tijdens zijn feestpredikatie op den eersten
mei-zondag in 1945. |
|
O o r l o g
Tijdens de oorlog was berichtgeving over de bouw van deze kapel uit den
boze. Ook de vergunning voor de oprichting ervan zou zeker niet verleend
worden. Toch kwam er in 1944 toestemming van de heer Lambooy, de
toenmalige burgemeester van Deurne, die blijkbaar de noodzaak van een
dergelijke kapel inzag. |
 |
De gemeente betrok de architect C. van den Broek, als
ambtenaar in dienst van de gemeente Deurne, bij het plan en verleende de
Deurnese architect Jos Deltrap de ontwerpopdracht voor de kapel. De
beeldhouwer Niel Steenbergen uit Teteringen, die al bekendheid genoot
vanwege zijn religieuze kunstopdrachten, werd gevraagd het Mariabeeld te
maken.
G r o n d
Voor de te bouwen kapel werd een
plek gevonden aan het riviertje de Vlier, achter de watermolen aan het
Haageind. Dat de behoefte aan een kapel onder de mensen inderdaad heel
sterk leefde, bewezen de heren Piet van Deursen uit de Veldstraat en
Baron de Smeth (voormalige bewoner van het Groot Kasteel) door hiervoor
ieder een stuk grond af te staan, wat in die barre oorlogsjaren als iets
heel bijzonders beschouwd mocht worden.
B o u w p r o c e
s
De architect Jos
Deltrap coördineerde blijkbaar met groot enthousiasme de bouw van de
kapel. Hij liet tenminste het terra-cotta werk in de voorgevel uitvoeren
én zorgde voor een gedenksteen, een gevelplastiek en een wijwatervat.
Steenhouwerij Raaymakers uit Helmond vervaardigde een altaar van
natuursteen. De lichtkroon en de acht kandelaars werden besteld bij de
kunstsmid G. Pas te Acht bij Eindhoven. Op 21 april 1944 werd door de
aannemers Paul en Jan Lutters begonnen met het metselen van de
fundering. Via een van de kapelaans werd een arbeider gevonden, Arnold
van der Zanden, die direct met de bouw van de vredeskapel wilde
beginnen. Saillant detail: deze Arnold van der Zanden was de ‘goede
moordenaar’ uit het gelijknamige boek van Antoon Coolen. In de annalen
van de Maria-Vredeskapel is ook terug te vinden dat er in de loop van de
middag een tweede arbeider werd gevonden, een zekere “Bert
Rooyakkers, die bij alle moeilijkheden die het lastige graafwerk
opleverde door zijn luim en scherts er steeds den moed in wist te
houden. En ook dat het vervoer van zand, steigerwerk,
steen, cement en hout geheel gratis met kar en paard van de Deurnesche
boeren is gebeurd.” Deze Bert Rooyakkers werd ook de metselaar
van het bouwwerkje en uit de annalen blijkt dat hij dit met veel liefde
heeft gedaan. Ook Jochem Rooyakkers, een broer van Bert, heeft tijdens
de werkzaamheden de handen flink uit de mouwen gestoken.
O o r l o g
s s c h a d e
Op 14 juni 1944 werd de kapel in gebruik
genomen. In nog geen twee maanden tijd stond de kapel er dus, een teken
dat er door iedereen die erbij betrokken was keihard aan gewerkt werd,
ook een duidelijk signaal dat de behoefte aan deze kapel onder de mensen
heel sterk leefde. Bij de bevrijding van Deurne op 24 september 1944
liep de kapel wel wat schade op en is ook het hoofd van het Mariabeeld
van de romp afgebroken. In een krantenbericht d.d. 29-04-1955 is te
lezen dat men de beeldhouwer Jules Rummens uit Roermond opdracht gegeven
heeft een nieuw Mariabeeld te vervaardigen. “Het werd een waardig
kunstwerk, afkomstig uit de keramische kunstateliers ‘Sint Joris’ te
Beesel (L)”.
V e r v a l
Misschien had het ook te maken met de
secularisatie binnen de rooms-katholieke kerk. In de jaren die volgden
raakte de Maria-Vredeskapel helaas (langzaam) in verval. In 1965 was
pastoor Clemens Gerris genoodzaakt het besluit te nemen om de
kostbaarheden, inclusief 12 prachtige bidstoelen en een grote stoel met
armleuningen, uit de kapel te verwijderen. Dit vanwege de toenemende
onveiligheid en het vandalisme. De kapel werd na de ontruiming helemaal
niet meer gebruikt en raakte zodoende nog verder in verval. Het was een
treurige periode voor alle mensen die in het laatste jaar van de Tweede
Wereldoorlog met zoveel zorg de Maria-Vredeskapel hadden opgericht.
H e r s t e
l
Na enkele jaren sloten de rijen zich toch
weer aaneen. Steeds meer mensen gingen op zoek naar stille plekjes om
zich even terug te trekken in gebed. Binnen de Deurnese gemeenschap
groeide het verlangen naar het herstel van de Maria-Vredeskapel. In 1984
werd een werkgroep opgericht om het ontluisterende verval definitief te
keren en de kapel te restaureren. Met dit doel voor ogen probeerde men
de kapel over te nemen van het kerkbestuur van de parochie
Deurne-Centrum. Het bestuur van de Sint Willibrordusparochie stond daar
aanvankelijk afwijzend tegenover, maar door tussenkomst van het Bisdom
’s-Hertogenbosch werd de kapel op 1 juli 1987 toch overgedragen aan de
Stichting Maria- Vredeskapel. In het dagelijks bestuur namen zitting:
·
Peter Hanssen uit
Liessel, als voorzitter
·
Martien Keunen uit
Deurne, als secretaris en
·
Paul Spoelstra uit
Deurne als penningmeester.
A c t i e s
Er werden talloze acties ondernomen om
geld in te zamelen voor de restauratie van de kapel, dit met groot
succes. Een kleine greep uit het groot aantal initiatieven dat toen
genomen werd door een aantal mensen uit de Deurnese gemeenschap,
initiatieven die behoorlijk wat geld opbrachten:
-
Wereldrecordpoging kaartspelen
(rikken) in de Zeilberg;
-
Het exposeren van kerstgroepen
in de hal van het Deurnese gemeentehuis;
-
Kerstconcert van de Hosbengels;
-
Tweede druk van het kwartetspel
‘D’n Uitloat’.
Hieruit bleek hoe graag de Deurnese
bevolking de Maria-Vredeskapel in ere wilde herstellen.
R
e s t a u r a t i e
Op 17 juni 1988 kon een begin gemaakt worden met de restauratie. Het
kassaldo van de stichting bedroeg toen f.18.533,61.
De stichting Maria Vredeskapel gaf
aan de amateurbeeldhouwer Joris van Schijndel opdracht een nieuw
Mariabeeld te maken. Bij de heropening van de gerestaureerde kapel is
dit houten beeld ingezegend en op het altaar geplaatst door deken Hein
Tops. En dan een heel saillant detail. In 1997 mocht de stichting een
bronzen soldatenklok in ontvangst nemen voor de vredeskapel, afkomstig
uit het Duitse Blomberg. Deze klok heeft daar lange tijd dienst gedaan
in het Protestants Militair Tehuis.
V e r v a
l
e n o v e r w i n n i n g
Triest is het te moeten vermelden dat er aanvankelijk, zelfs nadat de
kapel gerestaureerd was, talloze vernielingen plaatshadden. Natuurlijk
waren de stichting én vele Deurnese mensen ontdaan, maar de stichting
Maria Vredeskapel liet zich door het vandalisme niet uit het veld slaan.
Het was al genoeg gebleken dat een steeds grotere behoefte bestond aan
een dergelijke kapel, een stilteruimte waarin mensen zich heel even
terug kunnen trekken en hun stil gebed kunnen uitspreken. Alles wat
kapot was hebben ze dus weer hersteld en ook de mooie wandschildering
van de kunstenaar rector Egbert Dekkers is in ere hersteld. In mei 1997
werd de Maria Vredeskapel zelfs weer verrijkt met een beeld van Niel
Steenbergen. Na drie-envijftig jaar was er weer een beeld van de
kunstenaar uit Teteringen, de kapel was weer voorzien van een mooi
altaar, de wandschildering was weer intact en de Deurnese kunstenaar
Pieter Wiegersma had sfeervolle epoxyramen ontworpen voor de kleine,
diepe vensters van de kapel, mooier kon het niet zijn. Zeker niet nadat
het fraaie secco (wandschildering) van priester-schilder Egbert Dekkers
was gerestaureerd.
V e r w a c h t i n g e n
De Maria Vredeskapel voldoet nog steeds aan de verwachtingen en veel
meer dan dat. In deze jachtige tijden, waarin elke minuut ‘benut’ moet
worden, waarin ook jonge mensen op hun werkplek vaak behoorlijk onder
druk staan, blijkt een nog steeds groeiende behoefte te bestaan aan onze
Maria-Vredeskapel. Maria wordt elke dag door tientallen mensen met een
bezoek vereerd. Het is ontroerend te zien met hoeveel inzet en
hartstocht de stichting Maria Vredeskapel haar hartekind onderhoudt. Al
het werk dat er gedaan moet worden, wordt door vrijwilligers gedaan.
Wanneer je er ook maar komt, altijd zijn er wel een paar mensen die in
de kapel zijn neergeknield om er hun kaarsje te branden en hun intenties
uit te spreken. Wij vinden daarom dat zo’n mooie kleine gebedsruimte
zeker in deze gedigitaliseerde tijd gekoesterd moet worden en dat er
alles aan gedaan moet worden om onze Maria Vredeskapel te behouden voor
onze kinderen, klein- en achterkleinkinderen. |
|
ZESTIG
JAAR MARIA-VREDESKAPEL
Gedachtenisprentje
Dank aan God
en aan Maria!
Oorlogsjaar 1944.
waarin
Deurne bouwde een Maria-Vredeskapel ….
waarin
Deurne bevrijd werd door het 2e Engelse leger …. |
 |
|
Moge Deurne
en geheel ons vaderland spoedig bevrijd worden van alle oorlogsgevaren
en daarvoor bidden wij dagelijks:
O God, die
de oorlogen uitdooft en de bestrijders van die op U hopen door Uw
krachtige verdediging verdrijft, help Uw dienaars, die om uwe
barmhartigheid smeeken, opdat de woestheid van hunne vijanden in bedwang
worden gebracht en wij U in onophoudelijke dankzegging loven door
Christus onzen Heer. Amen.
Thanks to God and to Mary!
Ter
blijde herinnering aan mijn zilveren priesterfeest.
In
dankbaarheid aan mijn parochianen, die een Vredeskapel stichtten ter
eere van Maria, Moeder van onze parochie. A.J.M. Witlox Deurne (St.-Willibrordus)
1919 – 14 juni 1944.
Bidprentje pastoor Witlox
In de
gebeden en H. Missen van Priesters en geloovigen wordt aanbevolen de
ziel van den Z+eereerw. Heer ANTOON WITLOX
Rector van
het St.-Joseph ziekenhuis te Eindhoven, Oud-pastoor van Hoogeloon en
Deurne en Oud-Geestelijk Directeur van het Seminarie ‘Beekvliet’ te St.-Michiels’Gestel,
geboren te Waalwijk 7 april 1895 en overleden te Eindhoven, ten gevolge
van een noodlottig ongeval, 4 april 1946.
Hij was een
priester in den echten zin van het woord, vol van de liefde van
Christus, die hij bracht aan de menschen; vooral aan de zieken. Vol ook
van de liefde tot de H.Maagd Maria, die hij beminde, zooals een kind
zijn moeder bemint. Haar vereering te bevorderen bij zijn studenten,
zijn parochianen en zijn zieken was zijn hoogste levensgeluk. Hij was
waardig te worden uitverkoren tot geestelijk leidsman van de geroepenen
tot het Priesterschap. Gij allen, die hij voorbereidde tot uw
Priesterschap, Parochianen, die hij in Gods huis zoo stichtend voorging;
Zieken, aan wie hij zijn teerste zielzorg wijdde, vergeldt hem in offer
en gebed, wat hij voor u deed. En gij, mijn Broers en Zusters, Neven en
Nichten, en gij vooral, mijn Heerbroer en Heerneef, gij allen, die ik
droeg in mijn hart, weest mij in gebed en H. Mis indachtig.
Zoet Lieve
Vrouw van den Bosch, bid voor ons.
TIEN JAAR
MARIA-VREDESKAPEL
Uit
krantenknipsels blijkt dat op zondag 1 mei 1955 het feit werd herdacht
dat het ‘kapelleke’ aan de Vlier tien jaar geleden werd ingewijd door
pastoor Witlox, zaliger gedachtenis. Het eerste lustrum is ongemerkt
voorbij gegaan. Maar deze keer is het groot feest. De Maria-hulde
bestaat uit een plechtig Lof met Maria-preek in de grote kerk. Na het
Lof werd een dankprocessie gehouden naar de Maria-Vredeskapel.
Aanvankelijk dreigde de dankprocessie te mislukken. Zondag 1 mei 1945
werd begonnen met een stralende hemel en een zomerzonnetje dat haar
uiterste best deed. Doch ’s middags tegen 2 uur brak er een zwaar
noodweer los van onweer, hagel en wolkbreuken! Het kon gewoonweg niet
erger. De wegen waren op sommige plaatsen letterlijk overstroomd maar
Maria bracht de golven als het ware tot bedaren en toen de processie
moest beginnen was het echt Maria-weer.
Volgorde van
de stoet: misdienaars met kruis en flambouwen, bruidjes, meisjes van de
lagere school, jongens van de lagere school, meisjeskoor,
Wilbertzangertjes, Priester en assistenten, dames, heren.
Om het
verkeer niet te hinderen en om ongelukken te voorkomen werd iedereen
geadviseerd om goed rechts te houden en aan te sluiten in rijen van
vier. De processie trok hierna vanuit de kerk door de Kerkstraat en het
Haageind. Tijdens de processie werd het rozenhoedje gebeden.
PLAN TOT
ONTSLUITING
Het
Vredeskapelletje in Deurne, gelegen achter het klein kasteel, is reeds
jaren in onbruik. Het verkeerde in een vervallen staat, maar het was ook
al geruime tijd vrijwel onbereikbaar. Door de realisering van plan
Heiakker zal het in de toekomst mogelijk worden, dit aan het eind van de
tweede wereldoorlog gebouwde kapelletje, weer te ontsluiten. De gemeente
wil daartoe medewerking verlenen.
EERSTE
BESPREKING
De werkgroep
hield een eerste bespreking op 4 juli 1984 in zalencentrum De Vierspan.
Het werd een eerste oriënterend gesprek. Later op de avond ging de
werkgroep, op verzoek van een van de leden, ter plaatse de situatie in
ogenschouw nemen. Het verval van de kapel viel mee. In De Vierspan
benadrukte pastoor Clemens Gerris nog eens dat het beheer van de kapel
straks het allerbelangrijkste is, ‘na herstel mag de kapel niet opnieuw
in verval raken’.
REACTIE
PAROCHIEVERGADERING 25 OKTOBER 1984
Voor dit
moment acht de parochievergadering de restauratie van de
Maria-Vredeskapel te weinig onderbouwd, schrijft secretaris A. v.d.
Burgt. ‘Er zouden duidelijk gegevens en argumenten aangedragen moeten
worden op grond waarvan het kunnen functioneren van de kapel aannemelijk
wordt gemaakt. Pas daarna kan bezien worden of en onder welke
voorwaarden verlof tot restauratie kan worden gegeven en overdracht van
beheer respectievelijk eigendom kan plaats vinden’. Volgens v.d. Burgt
vreest de parochievergadering dat zich anders opnieuw een situatie voor
zou kunnen doen, die voor degenen, die zich inspanden voor de bouw,
respectievelijk de restauratie van de kapel, uiterst pijnlijk zou zijn.
‘Intussen kan ik u verzekeren, dat de parochievergadering uw werk en
streven bijzonder waardeert en er dankbaar voor is’.
STICHTING
WIL VREDESKAPEL RESTAUREREN (JULI 1987)
De nieuwe
stichting Maria-Vredeskapel in Deurne wil snel aan de slag met de
restauratie van de gelijknamige kapel. Dit is mogelijk omdat de
Vredeskapel op 1 juli (1987) door de St.-Willibrordusparochie aan de
stichting werd overgedragen. De kapel achter het klein kasteel aan het
Haageind moet worden opgeknapt. Het dak heeft een opknapbeurt nodig en
de toegangsdeuren moeten helemaal worden vernieuwd. Ook is er geld nodig
voor een nieuw interieur want de dertien bidstoelen zijn verplaatst naar
de Willibrorduskerk op de Markt. In overleg met de gemeente wil de
stichting bovendien een verharde ontsluiting via de Appeldijk
realiseren. De restauratie gaat zeker enkele tienduizenden guldens
kosten. Daarom kunnen giften worden gestort bij de Rabobank in Deurne
op rekeningnummer 11.08.98.893 ten name van stichting Maria-Vredeskapel.
Op 2 september vindt in gemeenschapshuis De Vierspan een bespreking
plaats voor belangstellenden die de stichting willen helpen met hand- en
spandiensten.
GIFTEN
Op 11
augustus 1987 krijgt de stichting de volgende brief van M.P.J.H. van
Doorne: ‘Geacht bestuur,
Deze dagen
ontving mijn moeder, mevrouw M.H. van Doorne – Reijnders, uw brief van
28 juli j.l., waarin u haar een uitgebreide uiteenzetting geeft over uw
nieuwe stichting en over de op handen zijnde restauratie van de
Maria-Vredeskapel.
Namens de
familie van Doorne kan ik u mededelen dat zij voor dit zinvolle
restauratie-project een bedrag van f. 1.500,- hebben overgeschreven op
rek. 11.08.98.893 t.n.v. Stichting Maria-Vredeskapel. Uw bestuur veel
succes toewensend bij de nog te organiseren acties, verblijf ik,
Met
vriendelijke groeten en hoogachting,
Op 29
oktober reageert de Rabobank aldus: Hierbij delen wij u mede, dat onze
bank u een bedrag van f. 1000,- toezegt voor de restauratie van de
bedoelde kapel. Dit bedrag zal aan u beschikbaar worden gesteld, zodra
de restauratie daadwerkelijk heeft aangevangen en er sprake is van
ontsluiting van het bedoelde terrein.
Het bestuur
van de stichting ‘Nacht van Zeilberg’ wil morgenavond ook het publiek in
de gelegenheid stellen om een premie beschikbaar te stellen. Daarbij wil
men een handje helpen door langs de route te collecteren. Bovendien
heeft de stichting gemeend om ook iets te moeten doen voor een
vereniging of instelling die zich in Deurne bijzonder verdienstelijk
maakt. De helft van de opbrengst van de collecte wordt daarom
beschikbaar gesteld aan de stichting Maria-Vredeskapel. Er wordt
gecollecteerd van 19.00 tot 20.30 uur. Opbrengst voor de kapel was f.
763,40.
RIKMARATHON
In café Het
Tweespan in de Zeilberg wordt een rikmarathon gehouden. VIER JONGENS
uit Deurne, Guus van Griensven, Hans Witteveen, Sjaak Rooijakkers en
Erik Kuunders, beginnen op tweede kerstdag 1987 aan deze marathon. Zij
spelen 76 uur en 21 minuten onafgebroken kaart. Zij veroveren hiermee
een plaats in het Guinness Book of Records. Maar het belangrijkste
wapenfeit is dat de netto-opbrengst van f. 5796,95 wordt aangeboden aan
de stichting Maria-Vredeskapel. Hoera!!!! Op 21 januari meldt het
weekblad voor Deurne dat er al bijna 17.000 gulden is ingezameld voor de
restauratie van de kapel.
SPONSORWANDELTOCHT
In juni 1988
wordt er een begin gemaakt met de restauratie werkzaamheden. De
bouwcommissie staat onder leiding van Jan van Nunen. Er staat nog een
grote actie op de rol. Twee Deurnenaren, Harrie Verhees en Jan van de
Westerlo, zullen hier hun medewerking aan geven door een
sponsor-wandeltocht te lopen van 100 kilometer. Ook het gemeentebestuur
en de pastores gaan dan, samen met andere sympathisanten, ‘stappen’
voor de kapel. De marathon wordt gehouden op 17 en 18 september 1988.
Ondanks vele muzikale optredens laat Deurne verstek gaan, want speaker
Geert van den Boomen schreeuwt ’s middags door de microfoon op de Markt:
Mensen van Deurne wordt eens wakker, jullie laten ons in de steek”.
Toch was de opbrengst 7500 gulden.
HEROPENING KAPEL
Op zaterdag
24 september 1988 is het zover. Namens de vijf Deurnese parochies wordt
het nieuwe beeld van Joris van Schijndel gezegend door deken Hein Tops.
Ook burgemeester drs. A. van Genabeek houdt een toespraak evenals
stichtingsvoorzitter Peter Hanssen uit Liessel. De plechtigheid wordt
verder opgeluisterd door de gilden uit Deurne, Liessel en Vlierden en
het ouderenkoor van Groot-Deurne onder leiding van Cornelis Verberne uit
Vlierden. Het was slecht weer. Dat had niemand verdiend maar het
gebeurde toch. Na de zegening wordt het beeld naar binnen gedragen door
voorzitter Peter Hanssen en secretaris Martien Keunen. Ondertussen zingt
Ria Honings – Bouwmans het Ave Maria. Zij schrijft ook een prachtig
gedicht, dat later een ereplaatsje zal krijgen in de kapel. In de zomer
van 1989 beschikken wij ook over een prachtige buitentuin.Op 29
september bericht het weekblad voor Deurne dat er f. 28626,00 is
ingezameld voor de kapel, het is de dertiende en laatste verantwoording.
BOMEN BIJ
DE KAPEL
Op 18 oktober 1988 kopt het Helmonds
Dagblad: ‘Deurne tikt stichting op de vingers voor illegaal kappen’. De
stichting Maria-Vredeskapel is door B. en W. van Deurne op de vingers
getikt voor het illegaal kappen van twee bomen. Het college heeft de
kapvergunning geweigerd en draagt de stichting op voor de twee
verwijderde bomen drie nieuwe aan te planten. Woodvoerder Peter Hanssen
van de stichting heeft de indruk dat de gemeente aanvankelijk van plan
was wel degelijk een kapvergunning te verstrekken. Hij vermoedt dat het
college is beïnvloed door een brief van een buurtbewoner,(Pieter
Wiegersma, de bewoner van het klein kasteel), die zich bij de gemeente
zou hebben beklaagd over de gekapte bomen. Op 19 oktober, dus een dag
later, kopt het H.D. : ‘College Deurne biedt stichting zijn excuses
aan’. De krant schrijft verder: ‘Burgemeester en wethouders van Deurne
gaan hun excuses aanbieden aan het bestuur van de stichting
Maria-Vredeskapel, zo hebben ze gisteren besloten. De gemeente Deurne
had notabene zelf een bedrijf gestuurd om een van de twee bomen te
rooien. Gemeentesecretaris Jan van Roosmalen zegt de toonzetting van de
brief achteraf te betreuren. Discussie gesloten. DE STICHTING HEEFT
DRIE NIEUWE BEUKEN GEPLANT, maar dat besluit was al genomen voordat
de gemeente daar opdracht voor had gegeven.
TENTOONSTELLING EN ROZENKRANS
Op zondag 23 september 1989 wordt er
in de kapel een overzichtstentoonstelling gehouden. Belangstellenden
kunnen er foto’s zien van de bouw van de kapel en van de
restauratiewerkzaamheden. Ook zijn er veel krantenknipsels en dergelijke
samengebracht. In de maanden mei en oktober wordt wekelijks het
rozenhoedje gebeden in de kapel. Dat gebeurt nog steeds tot en met de
dag van vandaag (23 mei 2004) onder leiding van Door Klomp. Samen met
haar man verzorgt zij ook het kruisbeeld op de Rakt. Wim Crommentuijn
doet dat in Zeilberg bij het kapelletje dat is toegewijd aan de H.
Cornelius. Zowel het kruisbeeld als het kapelletje in Zeilberg worden
beheerd door de stichting Maria-Vredeskapel.
BERGING
In 1993 krijgen we toestemming om
onze tijdelijke houten opslagruimte te vergroten en te vernieuwen door
een stenen berghok. Daarin komt ook de meterkast voor de elektriciteit.
Voor de bouw van het berghok en de aanleg van een elektriciteitskabel
vanaf de Appeldijk (thans Haageind) heeft een stichting uit Rotterdam, (
de stichting Katholieke Noden), tienduizend gulden beschikbaar gesteld.
Hubert Engelen klaart deze klus samen met andere leden van de
bouwcommissie. We hebben nu een flinke ruimte. In de berging is een pomp
geslagen. We beschikken nu zelf over water voor de bloemen en planten in
de tuin. De Vredeskapel wordt ook in die tijd geteisterd door dieven en
vandalen. ‘Je wordt er tureluurs van’, zegt Peter Hanssen tegen de pers.
Het offerblok is gestolen en de vernielingen nemen hand over hand toe.
WANDSCHILDERING
Op 4 november 1993 wordt
bekendgemaakt dat de fraaie wandschildering die het gewelf siert een
grote opknapbeurt krijgt. Het secco is geschilderd door de Brabantse
priester en kunstschilder-glazenier Egbert Dekkers uit Moergestel. De
restauratie wordt verricht door de restaurateurs John Post (Breda) en
Frank Witte (Roosendaal). De secco bestaat uit lijmverf op stuc. Met de
hulp en medewerking van sympathisant pastoor Jan Hoes uit Vught worden
de restauratiekosten van bijna 12000 gulden door meerdere sponsors uit
de omgeving van Breda betaald. ‘Maken jullie je maar niet druk over de
financiën’, zei de pastoor ruim één jaar geleden nog.
VIJFTIG JAAR MARIA-VREDESKAPEL
De commissie die de herdenking van
vijftig jaar Maria-Vredeskapel voorbereidt, heeft nu een actie op touw
gezet onder het motto: ‘Zet Maria in het licht’. Het doel is geldt bij
elkaar te brengen voor het verlichten van de kapel. De actie is een
initiatief van Hubert Engelen. Het vijftigjarig bestaan wordt gevierd
met een plechtig lof en het bidden van het rozenhoedje. Voorganger is
pastoor A. Hasselman. Er wordt gezongen door het dameskerkkoor uit de
St.-Jozefparochie. Het wordt een stijlvolle viering met 150 bezoekers.
De commissie schrijft in een advertentie: ‘Graag willen wij langs deze
weg iedereen hartelijk bedanken die op welke wijze dan ook heeft
bijgedragen aan het slagen van het 50-jarig bestaan van de
Maria-Vredeskapel. Het was een dag die wij nooit meer zullen vergeten’.
Wij ontvangen de eerste gedichten van Theo Koolen. Er zullen nog vele
gedichten volgen. Ook in het jaar 2004 als deze nog vitale man 87 jaar
is. Op maandag 9 oktober 1994 meldt de krant: ‘Onbekenden hebben het
afgelopen weekeinde de schijnwerper vernield, die de Maria-Vredeskapel
aan het Haageind in Deurne in de avonduren in het licht zet. De
schijnwerper is opengebroken en de verstraler meegenomen. De schade
bedraagt 150 gulden’.
GEMEENTELIJK MONUMENT
Op 18 februari 1997 schrijft het
gemeentebestuur van Deurne het volgende: ‘Het college van burgemeester
en wethouders heeft uw pand definitief voorgedragen voor de status van
gemeentelijk monument’. Het raadsbesluit heeft de gemeenteraad van
Deurne al op 4 februari genomen. Burgemeester J.W. Smeets eindigt de
brief met het volgende: ‘Voor alle duidelijkheid melden wij u dat vanaf
heden de geldende monumenten- en subsidieverordening op uw pand van
toepassing zijn. Dit betekent dat bij eventuele wijzigingen aan uw pand
u vergunningsplichtig bent’.
NIEUW KOSTBAAR BEELD VOOR
MARIA-VREDESKAPEL
Op zaterdag 17 mei 1997 is de kapel
verrijkt met een nieuw en kostbaar bronzen Mariabeeld. Het is het
laatste werkstuk van de bekende kunstenaar en beeldhouwer Niel
Steenbergen. Het bronzen Madonnabeeld kwam kort voor zijn dood gereed.
Steenbergen overleed op 8 maart 1997 op 85-jarige leeftijd. Het beeld
dat enkele tienduizenden guldens heeft gekost is betaald DOOR EEN
AANTAL SPONSORS DIE BUITEN DEURNE WONEN. Ter bescherming van het
Mariabeeld is tegelijk ook een fraai hekwerk geplaatst. De kunstenaar
Steenbergen maakte zestig jaar geleden ook het eerste Mariabeeld voor
de Deurnese kapel. Het nieuwe beeld wordt op 15 augustus 1997 ingezegend
door Maria-priester Jan Hoes uit Vught. Hij deed dat met een mix van
‘bijzonder’ water. Hij haalde het water in Lourdes en putte het ook op
uit de rivier de Jordaan waar Jezus is gedoopt. Er waren enkele
honderden belangstellenden waaronder de 85-jarige mevrouw Else
Steenbergen – Potjer, de vrouw van de overleden kunstenaar Niel
Steenbergen. Bisschop J.G. ter Schure sprak de schriftelijke hoop uit
dat in de toekomst velen hun weg naar de kapel weten te vinden. Mgr. J.
Bluijssen wil de kapel zeker nog een keer bezoeken.
BRONZEN ‘SOLDATENKLOK’
In juli 1997 kreeg de kapel een
nieuwe aanwinst. De stichting heeft een ‘cadeau’ gekregen in de vorm van
een bronzen klok. De blok wordt opgehangen in het torentje van de kapel.
De firma CSV uit Helmond zal de klok voorzien van een elektrische
aandrijving. ’s Middags om 12.00 uur zal dan automatisch het ‘Angelus’
gaan luiden. Het bronzen klokje is afkomstig uit het Duitse Blomberg.
Daar waren de soldaten gelegerd die enkele jaren geleden definitief
‘afreisden’ naar vliegbasis de Peel hier in de buurt. Onder hen bevond
zich ook Herman de Dood, die zich met zijn gezin in Deurne vestigde.
Samen met zijn vrouw beoefende hij in Blomberg de functie van koster. In
Deurne sloten beiden zich bij de werkgroep van onze stichting. Toen in
1965 een Protestants Militair Tehuis (PMT) in Blomberg in gebruik werd
genomen kreeg het nieuwe gebouw een bronzen klok. Deze klok, met de
inscriptie ‘Waar de geest des Heren is is vrijheid’, werd gegoten bij
de firma Jos van de Kerkhof in Aarle-Rixtel. Aalmoezenier J. Maes
ontfermde zich over de bronzen klok in afwachting van een passende
bestemming. Herman de Dood dacht meteen aan onze kapel en bij
aalmoezenier Maes vond hij een gewillig oor.
SCHIJNWERPER OPNIEUW VERNIELD
Op 13 november 1997 lezen we in de
krant: Voor de tweede keer binnen een maand hebben onbekenden de
schijnwerper vernield die de Maria-Vredeskapel aan het Haageind in
Deurne ’s avonds in het licht zet. De schijnwerper wordt niet vervangen.
Het stichtingsbestuur onderzoekt de mogelijkheden van een lichtmast. Die
is er uiteindelijk ook gekomen.
GLAS-IN-LOOD-RAMEN
Maria-priester Jan Hoes schrijft dat
de zes raampjes in de kapel, na een gecompliceerde voorgeschiedenis (zie
ook boek Postbode van de Hemel (Pieter Wiegersma) en thans in blank glas
uitgevoerd, wat hem betreft uitgevoerd zouden mogen worden in ‘glorieus’
glas. Maar zo voegt hij er aan, ‘ik ken daar geen sponsors meer voor
zoals ik die vond voor de restauratie van het Egbert Dekkers secco en de
vervaardiging van het nieuwe Madonnabeeld. Pieter Wiegersma uit Deurne
maakt het ontwerp. Het worden zes epoxy (kunsthars) ramen. De kosten
bedragen 25 mille. De nieuwe ramen worden gemaakt bij de firma atelier
Flos in Tegelen.De gemeente Deurne stelt 3000 gulden beschikbaar evenals
het Prins Bernhardfonds. De rest van het bedrag wordt gesponsord door
anderen.
In september 1999 worden de nieuwe
ramen geplaatst. Een echtpaar uit Deurne schenkt een fraaie af te
sluiten toegangspoort bij de ingang.
SLOTWOORD
Er gebeurd nog steeds van alles en
veel hulp wordt er geboden door vrijwilligers. Twee keer per jaar (mei
en oktober) wordt bijvoorbeeld het rozenhoedje gebeden in de kapel. De
vernielingen blijken niet te stoppen. Het offerblok wordt opengebroken
(juli 2003) en andere vernielingen (schade 1500 euro) zijn er in april
2004. Een Deurnenaar betaalt de schade. De banken hebben in 2003 een
flinke opknapbeurt gekregen en Theo Koolen schrijft zijn zoveelste
gedicht over onze mooie kapel. Nog dit jaar krijgt de kapel een nieuw
dak en rondom de kapel wordt een drainage aangelegd voor de afvoer van
het hemelwater. Voor het nieuwe dak krijgen we een vorstelijke gift van
7500 euro. De vriendenkring ‘Ons Deurne’ stelt 500 euro beschikbaar. De
totale kosten inclusief drainage zijn: 15.700 euro. We rekenen opnieuw
op onze trouwe sponsors.
Tenslotte spreken we ook onze dank
uit aan de vrijwilligers van onze werkgroep. Zij hebben er immers al die
jaren voor gezorgd dat het er in en rond de kapel allemaal zo keurig
uitziet. Een dankjewel is hier daarom zeker op zijn plaats.
Inschrijvingsnummer Kamer van
Koophandel: S 090641
Bank: Rabobank Deurne 110898893. |
| |
|
16 augustus 2006, auteur Martien Keunen, titel:
uit de oude
doos
“Nierke Beijers platina koorzanger” |
|
Zondag 18
november 1990
Nierke Beijers
platina koorzanger. |
> animato
zangvereniging >
> peelrakkers >
> vela monte >
> harmonie Exelsior > |
| Zestien
jaar geleden, op zondag 18 november 1990, vierde Animato een uniek
jubileum. Het 80-jarige lid Nierke Beijers vierde zijn platina jubileum
als koorzanger. Op deze dag huldigde Animato niet alleen deze 70-jarige
jubilaris want ook Grard Bennenbroek en Theo Kooter werden in de
bloemetjes gezet in verband met hun gouden lidmaatschap. |

Animato |
|
Tot kort
voor zijn jubileumviering was Nierke Beijers steeds paraat als er
gezongen en gerepeteerd moest worden. Hij is het hierna wat kalmer aan
gaan doen. Bij bijzondere gelegenheden nam hij echter nog steevast zijn
oude vertrouwde ‘stekkie’in bij de bassen van het koor. Een 70-jarig
jubileum komt niet elke dag voor en daarom heeft Animato er in 1990 een
passend feest van gemaakt. In de parochiekerk werd een
eucharistieviering feestelijk opgeluisterd met zang van kinderkoor De
Peelrakkers, het Zeilbergs Jongerenkoor (thans Vela Monte) en gemengd
koor Animato. Daarna werden de drie jubilarissen gehuldigd in zaal De
Zwaan waar belangstellenden de feestelingen ook konden feliciteren. Zaal
De Zwaan was overigens bekend terrein voor Nierke Beijers want hij
zwaaide er dertig jaar lang de scepter. In 1913 vestigde de familie
Beijers zich vanuit Helmond in Deurne. Nierke was toen vier jaar oud.
Zes jaar later werd hij lid van het kerkkoor van de Zeilbergse St.-Willibrordusparochie.
Van repetities wegblijven was er niet bij: De ‘bovenmeester’was volgens
Nierke Beijers ook de koordirigent, “en die sloeg je op je donder als
je niet kwam en thuis kreeg je er ook nog van langs”. Sommige jongens
hadden die stok achter de deur nodig maar voor Nierke Beijers ging die
vlieger niet op. “Ik zong veel te graag”, vertelde hij in 1990. Zingen
en muziek maken bij fanfare (harmonie) Excelsior zat bij hem, bij wijze
van spreken, in het bloed. Een liefde die hem zijn hele leven is
bijgebleven. Het bijwonen van repetities, zingen van missen en
uitvoeringen en het vervullen van zijn bestuurstaak, hij was 45 jaar
penningmeester, heeft hij nooit als een last, maar als een genoegen
ervaren. Vooral de Gregoriaanse zang vond hij mooi. Het kerkkoor
fuseerde in 1968 met Animato. Voor het Animato-bestuur was het erg
moeilijk om een passend cadeau voor de jubilaris te vinden. Bij vorige
jubileumvieringen werd Nierke Beijers namelijk al geëerd met de
pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice, de zilveren
legpenning van de gemeente Deurne en de zilveren eremedaille verbonden
aan de Orde van Oranje Nassau. Theo Kooter was in 1990 een van de twee
gouden jubilarissen. Hij werd in Stompwijk geboren. Daar werd hij al in
1940 lid van het kerkkoor. In 1950 verhuisde hij naar Zeilberg en gaf
zich meteen op als lid van het kerkkoor. Zeventien jaar was hij
bestuurslid en secretaris. Vele jaren was Theo Kooter ook de voorzitter
van de Katholieke Bond van Ouderen (KBO) afdeling Zeilberg. Jubilerend
collega-zanger Grard Bennenbroek is ook altijd een erg trouw koorzanger
geweest. Hij was een voorbeeld voor iedereen. Theo Kooter en Grard
Bennenbroek werden in 1980 bij de viering van hun robijnen koorjubileum
onderscheiden met de eremedaille in zilver verbonden aan de Orde van
Oranje Nassau. Toen werd ook de elpee ‘Er zit muziek in de Zeilberg’
door Animato gepresenteerd. Er werden in totaal 1000 exemplaren geperst.
Die gingen in de voorverkoop (500 stuks) al grif van de hand.
Uiteindelijk werden alle elpees verkocht. Op de elpee wordt gezongen
door het kinderkoor De Peelrakkers, het Zeilbergs Jongeren (Vela Monte)
en het gemengd koor Animato en gespeeld door de accordeonvereniging
Animacordia. Op de voorkant van de hoes stond de hele Animato-familie op
de prent, inclusief de ritmische dansgroep het Konkooier (Enjoy) rond de
Zeilbergse molen.
|
|
| 30 oktober 2005, auteur
Martien Keunen, titel:
“Mijn
vrouw kaart zich naar de hemel” |
UIT DE OUDE DOOS
Onderstaand interview is gemaakt op 1 november 1988. Het verhaal gaat
over de bijenhoudersvereniging St.-Ambrosius Peelland en de toen
85-jarige Piet Janssen, een van de oudste leden van deze vereniging. St.-Ambrosius
Peelland vierde bijna 17 jaar geleden het 125-jarig bestaansjubileum.
Onderstaand volgt het bewerkte verhaal.
BIJENHOUDERSVERENIGING ST.-AMBROSIUS
PEELLAND
‘MIJN VROUW
KAART ZICH NAAR DE HEMEL’
Door
Martien Keunen
De Deurnese
bijeenhoudersvereniging St.-Ambrosius Peelland vierde in 1988 het
125-jarig bestaan. St.-Ambrosius is een van de oudste verenigingen en
instellingen binnen de gemeente Deurne. Ook was het een van de grotere
afdelingen van de bijenhoudersbond van de NCB. Op 1 januari 1963 werd in
Deurne een Ambrosiusgilde opgericht. Naast deze broederschap van imkers
kwam in 1923 de bijenhoudersvereniging Peelland tot stand, als afdeling
van de toen opgerichte bijenhoudersbond van de NCB. Beide
bijenhoudersverenigingen fuseerden tot één afdeling op 1 januari 1960.
De nieuwe organisatie noemde zich St.-Ambrosius Peelland. Vooral na de
fusie ontwikkelde de bijenhouderij in Deurne zich voorspoedig, goeddeels
onder de bekwame leiding van bijenteeltleraar P.H. Martens. Er werden
cursussen en zomerlessen gegeven en vanaf 1961 bestond er zelfs een
onderlinge bedrijfswedstrijd met de Antoon van Baars wisselbeker als
inzet. Ook werden er weer bijenmarkten gehouden. Met financiële steun
van de gemeente Deurne werd bovendien in het natuurhobbypark aan
bijenhal gebouwd. Enkele jaren geleden is er een nieuwe bijenhal
gerealiseerd in het NMEC (Natuur Milieu Educatie Centrum) De Ossenbeemd
aan het Haageind. Ieder jaar is er nog een verpachting van bijeenvolken
die eigendom zijn van de vereniging. Ook is er een St.-Ambrosiusviering.
Een van de oudste leden van de Deurnese bijenhoudersvereniging in 1988
was de 85-jarige Piet Janssen. Hij zat al méér dan 50 jaar in het ‘vak’.
“Mijn vrouw (Anna Hurkmans, red.) kaart zich naar den hemel. Ik denk dat
ik maar met de bijen ga, maar ik ben nog steeds aan zoeken”, vertelde
hij toen over zijn hobby. Piet kreeg het imkersvak met de paplepel
ingegoten. Zijn vader was imker, evenals verschillende familieleden. Als
de dag van vandaag kon Piet Janssen zich in 1988 herinneren dat hij zijn
eerste bijenkast kreeg. Op een goede dag reed de trein tergend langzaam
langs het spoorhuisje van de familie Janssen aan de Griendtsveenseweg.
Er werd een groot pak op de grond gezet. Piet Janssen: “De afzender was
Driek-oom, hij was ‘remmer’ bij de spoorwegen. Het was een bijenkast en
nog wel eentje met glas”. De bijenkast zorgde voor een grotere
honingopbrengst.
GOUDEN TIJDEN
De bijeenhoning
werd door de imkers verhandeld. Vlak voor de tweede wereldoorlog
beleefden de imkers gouden tijden. De bakker betaalde een kwartje voor
een potje honing. In Helmond ‘beurde’ Piet Janssen grif zestig cent en
eens gebeurde het dat mevrouw van Vlissingen zijn hele voorraad in één
keer opkocht. De Deurnese imker heeft achttien bijenvolken gehad, in
1988 had hij er nog vier. Het bijen houden was slechts een van de vele
hobby’s van Piet Janssen, in 1988 kwam hij nog steeds tijd te kort. Tot
1929 speelde hij toneel bij de vereniging Onze Vrije Uren in
Griendtsveen. Tijdens het gesprek herinnerde hij zich nog de exacte
titel van het eerste stuk: “Het sprekend portret van ome Toon”. Ook het
vlechtwerk was voor deze Deurnese hobbyist niet vreemd. Op gezette
tijden vlocht hij bijvoorbeeld nog zogeheten schepkorven, mandjes en
andere curiositeiten. Zo kon je Piet Janssen vaak aan het werk zien op
een ‘boerenmert’ waar oude ambachten werden gedemonstreerd.
FEESTDAG
De
feestprogramma van de bijenhoudersvereniging begon op zaterdag 12
november 1988 met een Gregoriaanse eucharistieviering ’s morgens om
10.30 uur in de kerk op de Markt. In clubhuis van Baars aan de
Stationsstraat werd een koffietafel geserveerd. Er werd een bezoek
gebracht aan de St.-Jan in Den Bosch en op de hoek van de Kerkstraat en
de Lindenlaan werd tenslotte een herinneringsboom geplant. Het bestuur
hield natuurlijk een receptie in zaal A. van Moorsel aan de Molenstraat.
Aansluitend was er een optreden van de Deurnese troubadour Peter Aarts.
De Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen afdeling Deurne tenslotte
tekende voor een toneeluitvoering: ‘Een koddig misverstand’. Ook werd de
uitslag van de bedrijfswedstrijd bekend gemaakt.
|
|
| 12 februari 2005, auteur
Martien Keunen, titel:
“Heksen
en slechte wegen in Zeilberg” |
|
Onderstaand verhaal heb ik opgetekend uit de mond van
Hanneske Munsters (bekend bekend als het Rooi Hanneske)
van de
Griendtsveenseweg. Het interview vond plaats begin mei 1964, vlak voor de
viering van het gouden bestaan van de parochie Zeilberg.
Heksen en
slechte wegen in Zeilberg
Door Martien Keunen
In de parochie Zeilberg, die van 21 tot 28 juni het
vijftigjarig bestaan gaat vieren, is er misschien niet een die zoveel van
de historie van dit kerkdorp afweet als Hanneske Munsters van de
Griendtsveenseweg, met zijn 93 jaar de oudste inwoner van Zeilberg. Als
je hem zo 's zondags tegenkomt in een van de café's van Zeilberg, zou je
niet zeggen dat dat 'mènneke'nu Zeilbergs oudste is. Hij kan nog steeds
goed overweg met zijn mede-dorpsgenoten en als spreekbuis doet hij voor
weinigen onder. Vooral als je over het oude Zeilberg begint weet Hanneske
niet van ophouden. Vrijwel iedere naam en iedere gebeurtenis uit
Zeilbergs historie staan Hanneske Munsters nog duidelijk voor ogen.
Hanneske is op die kennis wel trots: "Man, als ik wil, dan kan ik tot
mijn honderdste blijven doorvertellen over het oude Zeilberg". En als je
dan vraagt of hij plan is om nog honderd jaar te worden, antwoordt
Hanneske Munsters snedig: "Krèk zo is het. Gisteren nog heb ik voor zeven
jaar bijgetekend". Want Hanneske is het leven nog lang niet moe. Hij
houdt ervan, vooral van het leven in Zeilberg. "Da's een goei plèkske. Ik
heb er nooit één vijand gehad". En dan: "D'r is hier in die vijftig jaar
heel wat veranderd, heel wat beter geworden. Tjonge, jonge, wat was het
vroeger toch een janboel. Nie dat ik nie veul leut heb gehad. Man, wat
heb ik soms gelachen. Maar op alle gebied is het nou veel gemakkelijker.
Er zijn fijne wegen, zodat je nog eens op visite kunt gaan, snapte?"
Volgens Hanneske - en wie zal hem niet geloven, was dat vroeger wel eens
een hele opave. Met die zandwegen was het soms vreselijk gesteld. "Niets
dan modder, mijnheer. En een water, schei uit, schei uit". En dan
beginnen de oogjes even te twinkelen en begint Hanneske zachtjes te
lachen. "Er stond eens zoveel water op de weg dat we een heel eind hebben
kunnen varen. We timmerden twee planken aan elkaar en dreven zo door de
modder en blubber van Koos Kersten - ''witte nie' - naar den oude
Huizing, die toen nog in de Peelstraat woonde". "Ja", grinnikt Hanneske,
"dat was me de tijd wel". Als Hanneske dat gezegd heeft, begint ie goed
op dreef te komen. Dan kom je er niet meer aan te pas en vertelt hij aan
een stuk door. Dan vertelt hij van de telefoon die in Zeilberg kwam, over
Piet den Pottenbakker en over de kermis. Een paar suikerkraampjes en bij
Driek van de Zanden - 'ge wit wel op d'n hoek van de molenstraat' - een
kraampje waar je koek kon slaan. "Maar die koek was altijd keihard en de
bijl bot, zodat we dikwijls onze centen kwijt waren". En van de kermis
stapt Hanneske over op de kiosk van Deurne - 'Hartstikke jammer dat ze
dat ding hebben afgebroken' - waaronder burgemeester Laan nog een fles
heeft begraven en op de pastoor van Deurne, waar Hanneske
godsdienstonderwijs ging halen. "Die pastoor droeg klompen, mijnheer en
geloof maar dat ie hard kon schuppen". Zo hard dat je de hele dag meende
die akelige vuuroogjes te zien. Vooroogjes, dwaallichtjes die over de
peel zwierven en je deden verdwalen. Je moet er niet mee gaan lachen, als
Hanneske daarover vertelt. "Toen gebeurde het", bijt Hanneske fel van
zich af. En als je dan ijverig ja knikt begint Hanneske te vertellen over
spoken en heksen. "Je kunt het geloven of niet maar als mijn broer langs
een bepaald huisje kwam kon hij niet meer verder en bleef hij als
vastgenageld staan. Mijn broer zei altijd dat daar een 'slecht weefke'
woonde. Hanneske heeft overigens in zijn jeugd geen last gehad van
'slechte weefkes'. "Toen ik op school zat, moest ik altijd bij den
bovenmeester thuis een kanneke olie halen, voor de kachel in school,
snapte. En dan kreeg ik van zijn vrouw altijd een appel. Ja,ja, dat was
lang niet gek". Nu is het niet zo dat Hanneske Munsters alleen nog in het
verleden leeft. Integendeel, Hanneske weet net zo goed was er nu gebeurt
als wat er 50, 60 of 75 jaar geleden gebeurd is. Hij spint op het grote
parochiefeest, "want dan is het misschien de hele week wel zondag".
Hanneske vindt namelijk dat één zondag in de week te weinig is. Waarom?
Wel, misschien omdat op zondag voor Hanneske altijd een borreltje klaar
staat. En wees nou eerlijk, op een borrel kun je toch niet een hele week
leven en zeker niet als dan nog een verslaggever komt vragen of je eens
wat over het oude Zeilberg wilt vertellen. Want hoe graag Hanneske
Munsters ook vertelt, je krijgt er wel eens een droge keel van.
|
|
| 1 februari 2005, auteur
Martien Keunen, titel:
“En klop ik
met mijn hamerke …..”.
|
|
Interview met
Toon de ‘Schoenmaker’ op 21 mei 1964.
Toon Koppens
(74) blijft bij zijn leest
Door Martien
Keunen
“En klop ik met
mijn hamerke …..”. Dat zingt Toon de Schoenmaker, of volgens de
burgerlijke stand Toon Koppens in Zeilberg nu al meer dan zestig jaar.
Duizenden schoenen heeft hij al gerepareerd, om nog maar niet te spreken
van al de spijkertjes, die via zijn mond tussen zijn vingers terecht
kwamen en dan met venijnige tikjes in de schoenzolen geslagen te worden.
Het is dan ook helemaal niet vreemd dat Toon Koppens voor de Zeilbergers
een begrip is geworden. En ook al is Toon Koppens 74 jaar, hij heeft nog
een vaste hand in het schoenmakersvak, al is hij het nu als een soort van
hobby gaan beschouwen. Toon is recht van de lagere school – veertien jaar
was hij toen – begonnen als leerling bij Jan van de Eynde op de
Zeilbergsestraat. Toen met vier personeelsleden de beste zaak in heel
Deurne. Achttien jaar is toon daar knecht geweest. En ’t vak heeft hij er
goed geleerd. Zelfs het met de hand maken van nieuwe schoenen was voor
hem op het laatst een koud kunstje. Per week kon hij een productie van
acht paar schoenen bereiken. Jan van de Eynde was zo tevreden over zijn
knecht, dat Toon het huisje van de schoenmaker cadeau kreeg. Tot ongeveer
een jaar geleden heeft hij hier steeds zijn ambacht van schoenmaker
uitgeoefend.
DAG EN NACHT
“Maar ook al had
ik m’n huiske cadeau gekregen, meen niet dat we het zo goed hadden. Met
mijn zoon heb ik dag en nacht gewerkt en we verdienden per week samen
amper 40 gulden. Onderhoud daarmee maar eens een gezin van elf personen.
Nee, zo prettig was die tijd niet en bovendien moesten we veel reparaties
opschrijven in het zogenaamde ‘zwarte’ boek. De tweede wereldoorlog was
wel de moeilijkste tijd voor een schoenmaker. De mensen liepen wel af en
aan om schoenen te laten repareren maar er was te weinig leer voorhanden.
Na de oorlog heb ik minstens een vrachtwagen van die schoenen opgestookt,
omdat de kwaliteit niet kon wedijveren met de schoenen die na de oorlog
op de markt werden gebracht”.
SPIJKERS
Sinds Toon
Koppens een jaar in zijn nieuwe werkhuisje zit, heeft hij ook een nieuwe
werktafel. Het tafeltje waaraan drie generaties schoenen hebben
gerepareerd heeft toon vorig jaar geschonken aan de gemeente Deurne. En
die heeft het ‘monumentje’ een plaatsje gegeven in het Dinghuis. Het is
een bijzonder tafeltje, want honderden kinderen hebben er een spijkertje
in geslagen. Alhoewel Toon Koppens het niet altijd even leuk vond, heeft
hij de kinderen dit privilege toch gelaten. Want voor ieder kind was het
onweerstaanbaar om, als er een paar schoenen werden gebracht of
opgehaald, een of meerdere spijkers in de houten tafel te tikken. De
nieuwe tafel van Toon Koppens is nog praktisch spijkerloos. Hij hoopt nog
lange tijd zijn hobby van schoenmaker aan deze schone tafel uit te mogen
oefenen. Als hij geen schoen in zijn hand kan pakken hebben zijn vingers
nog steeds geen rust.
|
|
28 januari 2005, auteur
Martien Keunen, titel: "Ik was liever noar den dokter
gegoan."
|
inleiding
Binnenkort is
het 60 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Ook
ons eigen Zeilberg ontkwam in de jaren 1940-1945 niet aan het
oorlogsgeweld. Er vielen verschillende dodelijke slachtoffers te
betreuren. Gebouwen werden vernield en kapot geschoten door de vijand.
Wij vonden het daarom passend om eens terug te keren naar de tijd van
toen. Onderstaand verhaal heb ik ruim 16 jaar geleden opgetekend uit de
mond van de inmiddels overleden Tôna Maas – Aarts uit Zeilberg en de
schrijver Ad van Gils uit Geldrop. Dat gebeurde op vrijdag 16 december
1988 bij de presentatie van zijn oorlogsroman ‘Wachten op de lente’.
‘IK
WAS LIEVER NOAR DEN DOKTER GEGOAN’
Door Martien
Keunen
“Ik
was veul liever noar den dokter gegoan. De mensen zalle wel zegge: wa
beeldt ze zich in”. Voor één keer stond de 84-jarige Tôna Maas – Aarts
uit Zeilberg op vrijdag 16 december 1988 in het middelpunt van de
belangstelling. In boekhandel Hub Berkers in de Stationsstraat in Deurne
overhandigde schrijver Ad van Gils uit Geldrop haar het eerste exemplaar
van zijn oorlogsroman ‘Wachten op de lente’. Het boek werd aan haar en
haar familie opgedragen. Van Gils deed dat niet zomaar. Zestig jaar
geleden, aan het einde van de tweede wereldoorlog, kwam hij samen met
zijn broer en zus naar Zeilberg om aan te sterken en nieuwe krachten op
te doen. Die zes weken bij de familie Maas in Zeilberg hebben toen een
onuitwisbare indruk op Ad van Gils gemaakt. Daarom heeft hij het boek als
een dankbare herinnering opgedragen aan de familie Maas.
Zijn roman had
verder niets met Zeilberg te maken. Het verhaal was gefantaseerd. Wel had
hij het boerderijtje van de familie Maas en de spoordijk die er langs
liep als een soort decor gebruikt. Tijdens de presentatie van het boek
zei van Gils dat de boer uit zijn boek af en toe leek op Dorus, de
overleden echtgenoot van Tôna Maas. “Hij klaagde nooit en werkte hard”.
Er was volgens van Gils nog een gelijkenis: “De mensen in mijn roman
hadden ook maar één boek in huis, net als gij vroeger”, zei hij tegen
Tôna. De titel van dat boek luidde: ‘Het wonder van Fatima’. Tôna Maas
was overigens wars van alle publiciteit en belangstelling. Er had
volgens haar niemand iets mee te maken dat zij vlak na de oorlog, samen
met haar man en zes kinderen, enkele mensen een gastvrij onderdak had
verleend.
Tôna zei meteen ja toen haar broer – Broeder Bernard Aarts –
haar vroeg om tijdelijk een drietal Tilburgse kinderen op te nemen uit
een gezin van dertien. “Ze hadden honger en ik was blij als ze hun buik
rond hadden gegeten, want zelf hadden we ook niet veel. Ik snap nog niet
hoe ik het toen heb kunnen klaren”. Tôna zei verder dat ze het eten van
toen nu niet graag zou voorzetten aan de jeugd. “Ze zijn veel te veel
verwend”. Tôna en haar familie verleenden in de oorlogsjaren overigens
niet alleen onderdak aan de Van Gilsen, maar ook aan een zekere Simon uit
Rotterdam die hierna nog elk jaar met zijn gezin bij Tôna op bezoek kwam.
Op 84-jarige leeftijd verrichtte Tôna thuis op haar boerderijtje aan de
Snoertsebaan nog alle voorkomende werkzaamheden. Zij had ook nog twee
zonen thuis. Voor brood was ze tot en met 1988 nog nooit naar de bakker
geweest. Ze bakte nog alles zelf. Op de dag dat het boek ten doop werd
gehouden bakte ze ’s
morgens eerst nog vijf broden.
|
-_-_-_-
|
V
e
r
h
a
l
e
n
b
o
e
k |
 
Heeft u een goed verhaal over of betrekking hebben met Zeilberg? Wilt u uw
schrijvertalenten delen met de rest van de wereld?
> E-mail >
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top
^ top |